zondag 28 november 2010

Crossing Borders


Ronald Borst is een maand geleden in India geweest. Osiris, het bedrijf waar hij voor werkt, heeft daar een textielinktjetprinter verkocht, en Ronald was er om de machine af te regelen en goed over te dragen. Het bedrukken van textiel met behulp van inktjettechnieken is nieuw, waarbij ook de voor- en nabehandeling van het textiel en de grafische bewerking van het te printen design meegenomen wordt. Een innovatieve Nederlandse machine doet het werk. En India heeft een enorme textielmarkt.

Maar goed, het blijft een machine, je kunt er alleen uithalen wat je er vooraf instopt. Dus hoe ga je ermee om? Ronald ontdekte dat er twee manieren zijn. Je kunt uitgaan van bestaande technieken om textiel te printen en de nieuwe machine zo instellen dat je hetzelfde soort printwerk eruit krijgt. Vaak lukt dat, maar soms ook niet, bijvoorbeeld omdat een specifieke kleurstelling van het eindproduct niet met de inktjet te printen is. Deze aanpak noemt hij gemakshalve wat de machine niet kan. Of je verlaat de beelden van de bestaande technieken en hun textiel resultaten en gaat uit van wat de machine wel kan en werkt van daaruit verder. In India wordt de tweede aanpak gebruikt, met zeer veel succes en met veel lagere productiekosten. De echte innovatie wordt eigenlijk gedaan door de mensen daar.


In Parkstad Limburg, iets dichter bij huis, werk ik aan een vernieuwend idee over het bieden van werkruimte aan creatieve ondernemers en
kunstenaars. Onder de prachtige naam van Creatieve Ruimte in Parkstad organiseerden Mark Renne en Jos Reinders een werksessie: er is zoveel leegstand van winkels, bedrijfsruimtes en andere gebouwen, wat is er voor nodig om daar meer creatievelingen in te krijgen?

Schatplichtig aan de Enschedese Voorzieningen Compagnie voor vraag en aanbod van maatschappelijk vastgoed stel ik voor een soortgelijke onderneming voor heel Parkstad op te zetten. Met een makelaarsfunctie om aanbieders van vastgoed te matchen met creatieve ondernemers. Een hospitality functie om beheer, zelfwerkzaamheid en gastheerschap te regelen. En een functie van conceptontwikkeling die zich bezig houdt met clustering, tijdelijkheid, winkel- en etalageplannen en andere zaken. Wat kan een Creatieve Ruimte Compagnie (werktitel) betekenen op de krimpmarkt die Parkstad toch is?

Mijn idee is sterk geinspireerd door de textielinktjetprinter van Ronald Borst. Je kunt de Creatieve Ruimte Compagnie als machine inzetten vanuit het beeld dat er zoveel leegstand is in Parkstad en dat het de bestaande partijen maar niet lukt om die verhuurd te krijgen aan creatievelingen. Dan zijn er zoveel beren op de weg om die eigenaren te betrekken. En wie weet eigenlijk hoeveel vraag er van creatieve ondernemers en kunstenaars precies is? Of dat een lokale overheid het wel heel belangrijk vindt om het CBS gebouw verhuurd te krijgen, en of de Creatieve Ruimte Compagnie dat maar wil regelen, want er wordt toch subsidie gegeven. Dan wordt de nieuwe onderneming meteen een verlengstuk van de lokale overheid of woningcorporatie die "iets" willen met creatieve industrie.

En je kunt uitgaan van wat de Creatieve Ruimte Compagnie allemaal wel kan in Parkstad. Daarbij gebruikt de nieuwe onderneming de steun van alle betrokken creatieve ondernemers en kunstenaars, maar ook van een netwerk van Ondernemend Parkstad. Er komt vast een Vrienden van CRC Parkstad voor sponsoring en toewijding. Gemeenten en andere partijen weten de CRC te vinden en komen met betaalde opdrachten.


En dan leren door te doen, aan te passen als dat echt moet. In bedrijfstermen ook gewoon kersen plukken die rijp zijn en laag hangen, en niet teveel tijd en energie stoppen in moeilijke projecten en opgaven. Kansen pakken en relaties optimaal beheren. De echte innovatie zit in alle mensen die betrokken zijn bij de CRC in Parkstad!

Want we hoeven niet allemaal naar India om dit te ontdekken. Crossing Borders gebeurt vooral in ons hoofd. En in Den Haag natuurlijk!


zondag 7 november 2010

Ruimte voor cultuur - te noot, te vers, te riem en te uil

Cultuur bindt mensen, opent de ogen en prikkelt de verbeelding - we groeien als we ermee in aanraking komen. Beleidsmatig noemen we creatieve klasse, broedplaatsen, cultuur- en kunsteducatie, straattheater, city poems. Of de game industrie, de Design Academie, architectonische hoogstandjes, museum cultuurclusters. Cultuur is here to stay, zo lijkt het.

Niets is minder waar. De stad, de mensen en cultuur is een broos trio. Deze kabinetsperiode nemen we afscheid van heel veel bijzondere cultuuruitingen. Wat te doen dan er over te schrijven? Hieronder vier inspirerende voorbeelden die ik toevallig ken. Koester ze!

Te noot


Vandaag 7 november 2010 trad het Deventer Vocaal Ensemble (DVE) op in de Bergkerk. Onder begeleiding van het Barokorkest Concerto d'Amsterdam werden de Psalm 42 van Mendelssohn en de Mis in C majeur van Beethoven uitgevoerd. Een prachtig concert, met bijzondere goede solisten en veel en enthousiast publiek. De Bergkerk is al een unieke kerk en om daar een klassiek concert te mogen horen is een cadeau. Het DVE kan rekenen op een langdurige financiele ondersteuning van een groep bedrijven, die het Ensemble als het culturele visitekaartje van Deventer beschouwen. De kaartjes zijn beneden de 30 euro, dus (voor mij) betaalbaar.

En wat fijn dat er ruimte voor cultuur is in de Bergkerk, waar zo'n sprankelend concert gegeven kan worden! Althans, nog wel, want geld zit op vier manieren in de weg. Subsidies voor kunstuitvoeringen staan onder druk, uitvoeringen worden duurder door de aanstaande BTW verhoging, sponsorschap door bedrijven wordt lastiger en unieke locaties als de Bergkerk worden op zeer korte termijn onbetaalbaar voor kerkgemeenschappen en eigenlijk ook voor de gemeenten.

Te vers


De zaterdag voor de beroemde Deventer Boekenmarkt wordt al meer dan 10 jaar het Tuinfeest gehouden. Als je van dichters en gedichten houdt, that's the place to be! In vijf binnentuinen in het centrum van Deventer dragen zo'n 25 dichters hun werken voor, ademloos aangehoord en benoten door het publiek. Het Tuinfeest is al jaren uitverkocht, meer dan 1200 bezoekers kunnen er gewoonweg niet in. Ik prijs mij gelukkig dat ik aan dit dichtfestival mag meehelpen als vrijwilliger. Meestal als bouwer en breker (ik verzin het echt niet) en afgelopen jaar als streng kijkende tuinbegeleider die het bordje Stilte ophoog houdt. Meeluisteren naar de voordrachten en onder de indruk raken van de dichteres Sasja Jansen.

Grote trekker van het Tuinfeest is Theater en Restaurant Bouwkunde, die veel investeerders inclusief de gemeente Deventer weet te interesseren. Ook hier levert de kaartverkoop een bijdrage. De toekomst van het Tuinfeest hangt af van een viertal zaken. Allereerst de inzet van de eigenaren van Bouwkunde, die meer dan 100 vrijwilligers aan zich weten te binden. Dan de unieke mogelijkheid om vijf binnentuinen opgesteld te krijgen voor dit evenement, met veel bereidwilligheid van de eigenaren van die tuinen. Daarnaast van de bijdragen van sponsoren en overheden.
Tenslotte van de vraag of het Theater Bouwkunde wel op die plek moet blijven, want moet er geen cultuurcluster komen in de stad?

Te riem


Sport of cultuur? Sloeproeien wordt overal gedaan, ook op de IJssel door de vereniging Daventre Portu. Acht roeiers en een stuur, de rivier als ontmoetingsruimte. De vereniging heeft drie boten en meer dan honderd leden, teams met flinke namen als Thor, Freya en Loki, en doen mee aan wedstrijden door heel Nederland en daarbuiten.

Aan The Great River Race op de Theems in London is dit jaar voor de tweede keer meegedaan. Natuurlijk maken die jongens en meiden uit Deventer niets klaar tussen dat geweld van drakenboten en fine lads die de waterwegregels aan hun riem lappen. Maar meedoen aan The Great River Race is bijzonder. De wedstrijd wordt al meer dan een eeuw gehouden en hoort tot het ware Engelse culturele erfgoed - je moet dan wel van roeien houden.

Daventre Portu heeft dit jaar een groot bouwbedrijf als sponsor binnen gehaald en is ook actief op maatschappelijk vlak. Altijd op zoek naar sponsoren. De thuisbasis is nu nog de Deventer haven, maar in de nabije toekomst gaan de sloeproeiers met de andere watersporters onder een dak (he, een sportcultuurcluster). 's Winters wordt er door de roeiers zelf onderhoud gepleegd aan de boten, dus een goede en warme werkruimte is meer dan welkom.

Te uil


Boerderij het Stroink in Enschede Zuid herbergt al enige jaren Dragon Heart. Martin laat de middeleeuwse geschiedenis herleven in zijn museumwinkel vol zwaarden, harnassen en gewaden. Hij geeft ook vliegdemonstraties met uilen. Toen ik nog stadsdeelmanager in Enschede was, kreeg Martin subsidie om op woensdagmiddagen dergelijk uilendemonstraties voor de kinderen uit Stroinkslanden (en ver daarbuiten) te houden. Sinds vorig jaar is boerderij het Stroink ook trouwlocatie geworden en Martin laat zijn uilen dan de ringen aanvliegen.

De toekomst ziet er niet goed uit voor Martin. Op dit moment zijn er geen sponsoren die Dragon Heart een warm hart toedragen. De inkomsten uit de verkoop van middeleeuwse goederen is veel te weinig. De bijdrage van de gemeente voor de woensdagmiddag wordt waarschijnlijk heroverwogen. Tegelijkertijd kost de boederij ook geld, hoewel de gemeente Enschede hier al een forse tariefsverlaging heeft afgesproken. Martin is ook niet commercieel, hij heeft vooral een passie. Daarnaast is hij voortdurend op zoek naar vrijwilligers om te helpen. Want om uilen te kunnen laten vliegen moet je tenminste met zijn tweeen zijn.

Tijdens de Kei-safari Stroinkslanden afgelopen week heb ik aangeboden om een sponsorplan voor Dragon Heart te schrijven. Daarmee kunnen bedrijven en instellingen benaderd worden, maar ook mensen zoals u en ik, om Martin wat lucht te geven. Maar Martin kan nog veel meer hulp gebruiken. Dus wie wil, graag!

Verder informatie over de vier genoemde cultuuruitingen is te vinden op de onderstaande links.


En over The Great River Race www.greatriverrace.co.uk


donderdag 4 november 2010

Natuurlijke wijkvernieuwing, in Stroinkslanden, ook voor Vreiheide

Vandaag sprak ik Natascha Kromer, stedenbouwkundige bij Sacon. We ontmoetten elkaar in Enschede Zuid voor de Kei Safari Stroinkslanden. Kei-centrum organiseerde de bijeenkomst samen met de gemeente Enschede en woningcorporatie De Woonplaats.

Stroinkslanden is voor mij bekend terrein, als stadsdeelmanager mocht ik meemaken dat gemeente en woningcorporatie elkaar vonden in de manier waarop de wijk aangepakt zou gaan worden. Toendertijd heette die manier Leefsturing, nu Natuurlijke Wijkvernieuwing. Een beetje kort door de bocht natuurlijk, maar mij valt wel op dat er heel veel overeenkomsten zijn.

Wat voorbeelden? In Stroinkslanden wordt wel met programma's en plannen gewerkt, maar er is geen blauwdruk, geen eindbeeld. En dat ondanks de titel van de aanpak Stroinkslanden 2015. Andere partijen worden uitgenodigd om als comakers op te treden, de bewonersorganisatie BTS voorop. Waar de wijk naar toe gaat is belangrijk, maar het tempo, het schaalniveau en de ruimte om later te kunnen veranderen nog veel meer.

Natascha Kromer - en met haar een andere stedenbouwkundige uit Apeldoorn - vroeg zich af wat nou de stedenbouwkundige rationale van Stroinkslanden was, en hoe dat nu terug kwam in de aanpak. Want het leek toch wel erg alsof Natuurlijke Wijkvernieuwing vooral bestond uit veel kleine deelprojectjes... Stedenbouwkundigen zoeken meteen de grote kaders en gebaren op. Maar zij vond dat de wijk sterke identiteitsdragers miste, of dat deze niet goed zichtbaar waren. De aanpak moest daar toch wel iets aan (of mee) doen? En het gaat niet alleen om fysieke zaken...

Mij spreekt identiteit wel aan. Niet alleen de woonbeleving op je eigen straat of hofje maar gebeurt er in de aanpak nu iets dat een collectief bewust "Was ik maar een Stroinkslander" gaat worden. Wim Kuut, oud projectmedewerker van stadsdeel Zuid, noemde dat zijn droom: "Stroinkslanders alle landen verenigt u" Hoe je het ook noemt, het helpt de aanpak als er een dergelijk gedragen gevoel gaat komen. En ook op een positieve manier. Trots op Stroinkslanden is dan prachtig, als buitenstaanders dan ook in de wijk willen wonen en verblijven is dat helemaal raak.

Ondanks de regen vandaag voelde ik dat de wijk goed onderweg is en dat de bewoners en professionals als echte noabers samen optrekken, samen op reis als het ware. Een groot verschil met een aantal jaar geleden.

Een dag ervoor heb ik door de wijk Vreiheide in Heerlen gewandeld. Naar mijn idee lijkt Vreiheide sterk op Stroinkslanden. Wat betreft de stedenbouwkundige structuur (niet duidelijk en niet erg sterk), de architectuur van de woningen (drive-inn woningen, met wonen op de 1e etage), de verhouding huur- en koopwoningen door verkoop van huurwoningen en de gevolgen van de "spikkel" verkoop voor de kwaliteit van de architectuur van de complexen. Maar ook het achterstallig onderhoud van woningen en openbare ruimte, de instroom en concentratie van sociaal-zwakkeren, de weinige voorzieningen, en vooral dat beide gebieden last hebben van een vroegere reputatie of imago.

Vrieheide heeft nog iets anders waar Stroinkslanden op dit moment nog geen last van heeft - de wijk ligt in Parkstad en daar speelt de krimp. Die treft Vrieheide ook, woningen staan leeg en er is simpelweg niet genoeg geld voor een grootschalige aanpak (wat ook verdraaid moeilijk is met zoveel eigenaar-bewoners). De gemeente Heerlen is druk bezig om een plan te maken voor de wijk, maar als ik het voor het zeggen zou hebben, dan kies ik voor Natuurlijke Wijkvernieuwing in Vrieheide.