vrijdag 9 december 2011

Werken en zakelijk ontmoeten in MFA's



We werken tegenwoordig op een andere manier en op andere plaatsen. Het aantal flexwerkplekken in organisaties neemt gestaag toe, en voor de groeiende groep zelfstandig professionals worden nieuwe voorzieningen zoals netwerkkantoren gerealiseerd. Bijvoorbeelden zijn Igluu en  Seats2Meet, of in Deventer De Fabriek en Loods570.

Tegelijkertijd staan er in buurten en wijken diverse voorzieningen als wijkcentra, Brede Scholen en verenigingsgebouwen. Zou je ook in deze maatschappelijke voorzieningen kunnen werken? En zo ja, wat is daar dan voor nodig? Met deze vragen is het MFA-Lab gestart met het ontwikkeltraject “MFA’s & Het Nieuwe Werken (HNW)”.

Seats2Meet

Om een beter begrip te krijgen over HNW en de Nieuwe Werkers zijn de deelnemers van de ontwikkelgroep op werkbezoek geweest bij Seats2Meet (S2M) in Hoog Catherijne Utrecht. Vincent Ariëns (strategische communicatie S2M Holding) maakt duidelijk dat zijn bedrijf gericht is op de Knowmad: “a nomadic knowledge worker, that is, a creative, imaginative, and innovative person who can work with almost anybody, anytime and anywhere”. Meer specifiek mikt S2M op de zelfstandige professional, om het even of deze nu in loondienst werkt of een eigen bedrijf heeft. De trends laten volgens S2M zien dat deze groep de komende jaren fors gaat groeien. Zij hebben werkruimte en ontmoetingsruimte nodig.

Het businessmodel van S2M is relatief eenvoudig: zij verhuren stoelen per zaal. Het online verhuursysteem bepaalt hoeveel dat per uur kost, waarbij gebruik wordt gemaakt van ongeveer 35 indicatoren - het is een dynamisch agendasysteem. Grofweg betekent het dat het huren van een grote zaal voor weinig mensen en kort op de bijeenkomst zelf erg prijzig is. Het agendasysteem laat overigens ook alternatieven zien waaruit dan gekozen kan worden.

Zakelijk ontmoeten

De kracht van S2M zit in het (zakelijk) ontmoeten. In de Meetingspace kan iedereen gratis werken en elkaar ontmoeten, ook drinken en lunch is gratis. Maar voor wat hoort wat: van de bezoekers wordt verwacht dat zij onderling contact maken, informatie uitwisselen en tot co-creatie komen. Een groot deel van de S2M community neemt die boodschap serieus. In feite gaat het om iets terug doen richting S2M en de gemeenschap van zelfstandige professionals.

S2M heeft aan de andere kant geen apart budget voor communicatie en marketing, dat wordt uitsluitend gedaan door de S2M gemeenschap zelf, die hiervoor gebruik maken van sociale media als Twitter, Facebook en LinkedIn. De website van S2M bestaat voor 90% uit sociale informatie, met een klein stukje agendasysteem.
 
Het bedrijf wil in de nabije toekomst zijn dynamische agendasysteem gratis aanbieden voor alle bedrijven, organisaties en instellingen die gratis werkplekken beschikbaar stellen. Het doel van deze uitbreiding van het Workspace instrument is om meer zicht te krijgen op het aantal zelfstandig professionals en hun werklocaties. Om vervolgens deze meer mogelijkheden te bieden tot co-working en co-creatie. De presentatie van Vincent Ariëns vind je hier.

Iets2Meet

De komende maanden gaat de ontwikkelgroep “MFA’s & HNW” met de volgende vragen aan de slag.

De groep van Nieuwe Werkers is ook voor MFA’s interessant, bijvoorbeeld vanwege exploitatie overwegingen, maar wat weten we op dit moment van hen? Zijn er Nieuwe Werkers in de buurt of wijk met een ruimtevraag waar maatschappelijk vastgoed op in kan gaan? De ontwikkelgroep ontwikkelt een omgevingsscan en gebruikt die om daar achter te komen.

Voor de MFA’s zelf is het belangrijk om te achterhalen wat zij de Nieuwe Werkers eigenlijk te bieden hebben. Is de MFA er klaar voor? Welke soorten werkplekken zijn mogelijk, wat voor faciliteiten (bijvoorbeeld WIFI en koffie en thee)? Maar ook aspecten over bereikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid worden onderzocht.

Een andere relevante vraag is die van de “magic mix”: iedere MFA heeft al bestaande huurders en bezoekers, hoe matcht dat met de Nieuwe Werkers? Is zakelijk ontmoeten te vergelijken met sociale cohesie van zzp-ers en traditionele gebruikers? Of gaat men voor co-creatie in de vorm van “iets2Meet” in de MFA, ondersteund door sociale media en eigen agendasysteem?

De aanpak van de ontwikkelgroep is praktisch, een aantal deelnemers is al gestart met het aanbieden van flexwerkplekken. Leren gebeurt ook door gewoon te doen. Ook deze ervaringen worden onderdeel van het eindresultaat, dat eind voorjaar 2012 gereed is.

Dit artikel is geschreven in opdracht van het MFA-Lab ten behoeve van het magazine Schooldomein. Interesse in de activiteiten van het MFA-Lab? Neem dan contact op met Marc van Leent of Nicole Huisman.

vrijdag 2 december 2011

Zelf doen! Buurtbeheerbedrijf Sluisdijkbuurt Den Helder

Donderdagmorgen 24 november - tijdens de LPB Locatiedagen 2011 in Den Helder bezochten we het Buurtbeheerbedrijf Sluisdijkbuurt. Een heerlijk werkbezoek, zelfbeheer door de bewoners steelt altijd mijn hart. 

De Sluisdijkbuurt ligt net achter de centrale winkelstraat Beatrixlaan die van station naar Rijkswerf Willemsoord loopt. En zo voelt het ook, net er achter. Langs de randen van het gebied zie je de achterkanten van winkels, maar in het buurtje zelf is geen bedrijvingheid meer, alleen hier en daar een fijne kroeg tussen de woningen.


Zelfbeheer

De volksbuurt telt ongeveer 1000 bewoners. In 2008 nam Andries Pruiksma het initiatief om, naar aanleiding van een leefbaarheidsenquete, samen met een groep bewoners het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in eigen hand te nemen. Het bleek namelijk dat hoewel de waardering van de woonomgeving toendertijd vrij laag was, bewoners wel bereid waren om zelf te investeren. Activiteiten van het Buurtbeheerbedrijf nu zijn het groenonderhoud, straatborstelen, repareren en schoonhouden van het straatmeubilair en kolken, en het verwijderen van grafitti. Hiervoor is een convenant afgesloten met de gemeente, met vergoeding en enige faciliteiten.

Als Andries Pruiksma ons rondleidt, valt het op dat er in de openbare ruimte heel veel gedaan moet worden, want diverse plantenvakken en plantsoentjes lijken langere tijd niet onderhouden te zijn geweest. En met de passie en het enthousiasme van Andries en zijn mensen over hun buurt en hun werk weten we het - dit komt helemaal goed. Stapje voor stapje gaan deze mensen de openbare ruimte van de Sluisdijkbuurt heroveren.

De man met hart voor de buurt en de mensen

"Ik vind dat kinderen en jongeren moeten weten dat melk van de koe komt, en fruit van de bomen", zegt Andries als we een opnieuw ingericht plantsoentje bekijken met twee kersenbomen. De bewoners bepalen zelf wat er aangeplant wordt, maar enig besef van eetbare struiken en bomen wil hij hen wel bij brengen. Dat die braam zo'n woekeraar is en alweer boven de grond komt, dat is wel jammer.

In het pand Beatrixlaan 80 dat tijdelijk dient als opslag voor gereedschap en "kantine" (naast koffie worden we getrakteerd op lekkere gebakken vis, 's ochtends he) vertelt Andries waar het Buurtbeheerbedrijf zoal tegenaan loopt. Hij gelooft in de talenten en kwaliteiten van de mensen die meehelpen, ook als zij al langere tijd zonder werk zitten. Het werven en vasthouden van vrijwilligers blijkt een taaie klus. Begeleiden en trainen van de mensen die werken in het Buurtbeheerbedrijf is intensief, naast omgangsvormen en omgaan met eerdere werkervaringen gaat het ook om kennis van zaken wat betreft gereedschap en machines. En er moet binnenkort wel een accommodatie komen voor het "machinepark", het kost momenteel teveel tijd om de machines op de werklocaties te krijgen.

Relatiebeheer - de gemeente

Als Andries Pruiksma over de gemeente Den Helder praat, is hij wat voorzichtig. De LPB-ers vinden dat met het achterstallig groenonderhoud dat zij gezien hebben best een sterke onderhandeling mogelijk is met de gemeente. "Vind je dat een goede manier om de relatie op te bouwen" antwoordt Andries, "Ik praat met 1 ambtenaar die verantwoordelijk is voor dat buurtbeheer, die doet wat hij kan." En er zijn prestatiesafspraken gemaakt met de gemeente over de kwaliteit van de openbare ruimte in de Sluisdijkbuurt, daar worden de mensen wel op afgerekend.

Ontwikkelend beheren

Wat mij opviel is dat het Buurtbeheerbedrijf alleen beheert en onderhoudt, ofwel verbetert binnen de huidige groenstructuur. We stonden op de Sluisdijkstraat te kijken naar een zijstraatje met vier plantenbakken met betonnen bielsen, twee ervan met mooie grote bomen. Dat die bomen in plantvakken stonden was wel iets van vroeger, vond Andries, er groeit niets onder. Maar meer algemeen: zo'n ontwerp was twintig jaar geleden nog aantrekkelijk, de vier bakken maakten van het zijstraatje een woonerf. Ik vroeg Andries waarom de plantenbakken niet weggehaald worden, zodat er ruimte komt in het straatje. Is er voor de publieke ruimte in de Sluisdijkbuurt niet een soort toekomstbeeld, waarmee de beheeractiviteiten stap voor stap naar dat beeld toe werken. Voor Andries zit ontwikkelend beheren er nog niet in, hij is vooral bezig met het hier en nu voor het Buurtbeheerbedrijf.

Opgave voor de gemeente

Hier ligt volgens mij een kans voor zowel de gemeente Den Helder als het Buurtbeheerbedrijf. Je kunt beheren en in stand houden, en je kunt samen (!) werken naar een nog betere groenstructuur, volgens hedendaagse inzichten. Beheer van de openbare ruimte met ontwikkeling op termijn is een prima manier op stap voor stap tot verbetering van de buurt te komen. Natuurlijk met de ideeen en voorkeuren van de betrokken bewoners, maar ook met de kennis en ervaringen van de gemeentelijke ontwerp- en beheermensen.

Kenmerk van dit ontwikkelend beheren is de vervlechting van beleid (ontwerp) en uitvoering (beheer en onderhoud). Er wordt op dit moment in Nederland veel geoefend met zo'n aanpak, en voorbeelden zijn te vinden op de website van het KEI-centrum. Den Helder kan hier bij aansluiten en de activiteiten van het buurtbeheerbedrijf Sluisdijkbuurt van nog meer betekenis laten zijn. Voor alle duidelijkheid, ontwikkelend beheren is niet hetzelfde als het uitvoeren van een gedifferentieerd Beeldkwaliteitsplan voor de buurt, waarbij bewoners het kwaliteitsniveau kunnen verhogen door eigen inzet.

Burgerkracht en BZK

Vrijdagmiddag 25 november sprak ik na de workshop Burgerkracht Jornt van Zuylen van het Ministerie van BZK. Ook hij is op zoek naar meer burgerinitiatieven, ondermeer in zelfbeheer van de openbare ruimte. "Kun jij een lijstje maken waar bewoners dan zoal mee te maken hebben", vroeg hij mij. Want als dat met regels te maken heeft, dan wil BZK daar wel iets mee. Hierbij dat puntenlijstje, ofwel waar hebben bewoners die iets willen in de (groene) openbare ruimte mee te maken (niet uitputtend overigens):

- Onderhoud (snoeien) van bomen
- Afwatering en drainage
- Speeltoestellen (attractiebesluit)
- Verlichting en stroom in plantsoenen
- Gebruik gereedschap en machines
- Kabels en leidingen
- Plantkeuze en beeldkwaliteit
- Beheercontracten
- Representativiteit en continuiteit

Mijn ervaring is dat op de bovenstaande onderwerpen de gemeente (en andere overheden) op verschillende manieren beleid en handhaving daarvan hebben opgesteld. Deels vanwege aansprakelijkheidstelling, deels vanwege afspraken met andere stakeholders, en ook omdat er nu eenmaal beleid wordt gemaakt. Mensen zoals Andries Pruiksma en zijn Buurtbeheerbedrijf hebben iedere dag met deze "drempels" te maken. Alleen daarom al verdienen zij onze warme ondersteuning.

maandag 28 november 2011

Organische gebiedsontwikkeling - Willemsoord Den Helder

Het LPB - Platform voor Wijkgericht Werken - organiseert ieder jaar in november een tweedaags werkbezoek voor haar leden. In 2011 was het de beurt aan thuishaven Den Helder. Het waren twee fantastische dagen.

Den Helder is een bijzondere stad. Volgens Edzo Bindels van West 8 ligt geen stad in Nederland zo mooi in het landschap, met aan drie kanten water. Als je door Den Helder loopt, merk je alleen niet veel van die kwaliteit. Het is een gemoedelijke, melancholische stad, vaak rommelig in structuur en stedenbouwkundig wat raar. Den Helder is de meest gebombardeerde stad van Nederland geweest tijdens WO II. Daarna zijn de stadsdelen Nieuw Den Helder en Julianadorp gebouwd, die eigenlijk los van de oude stad staan.

Den Helder is voor de inwoners ook de oude rijkswerf Willemsoord, de plek van de Nederlandse marine, waar schepen en boten voor anker lagen en gerepareerd werden. Zo'n 80% van de Heldenaren heeft op een of andere manier op Willemsoord gewerkt, zo vertelde Herman Groenheide, directeur-bestuurder van Willemsoord BV. De marine mensen vormden een vertrouwd beeld in de stad.

De rijkswerf sloot in 1991 (een fors gedeelte is nog steeds eigendom van Defensie) en er werd eerst geprobeerd het gebied te ontwikkelen in een PPS constructie, als een nautisch themapark. Dat verliep niet goed, de commerciele ontwikkelaar en investeerder en de gemeente bleken het over een groot aantal zaken niet eens te kunnen worden.

Nu gaat Willemsoord BV over de bestaande gebouwen en ruimte, en Zeestad BV/NV over de toekomstige realisaties. De rode draad in de herontwikkeling is het avontuurlijke nautische werk, waarbij Michiel Tegelberg van Stichting Museumhaven Willemsoord vooral veel toekomst ziet in restauratie en onderhoud van historische schepen. De inwoners van Den Helder hebben iets met klussen aan boten, Stel je toch eens voor dat zo'n schip van 200 jaar oud voor een aantal maanden voor reparatie en onderhoud in dat prachtige droogdok ligt! Wat een activiteiten zal dat geven, en een enorme toeloop vanuit de stad en de wijde omgeving.

In de tussentijd is er een casino gekomen, diverse restaurants en staat veel van het vastgoed er goed bij. Voor de locatie Helderse Hallen werkt een groep enthousiaste particulieren aan het realiseren van een duurzame warenmarkt. Het Reddingsmuseum staat op Willemsoord, en het Marinemuseum van het Ministerie van Defensie. Verschillende grote en kleine ondernemers hebben de route naar het gebied met de vele mogelijkheden al gevonden. En deze maand wordt besloten of het theater van Den Helder naar Willemsoord komt.

Het aantrekken van veel mensen - bezoekers, toeristen, inwoners, werkers - is essentieel voor iedere gebiedsontwikkeling, om zo voldoende rendement (financieel en maatschappelijk) te kunnen realiseren. De financiele crisis is dan ook erg ongelukkig. Niet alleen is het erg ingewikkeld om investeerders aan te trekken, ook de bezoekersaantallen zijn onder de maat. Meer kunst en cultuur op Willemsoord betekent ook een grotere afhankelijkheid van overheidssubsidies, die op zijn zachts gezegd onzeker zijn de komende jaren. Er staat op dit moment een guur windje op het terrein.

Herman Groenheide vroeg de aanwezige LPB-ers om te helpen met ideeen en mogelijkheden. Alle aanwezigen vonden dat de ontwikkeling van Willemsoord niet zonder een veel groter aantal bezoekers kon. Die zijn er niet in Den Helder en nauwelijks in de regio. Maar er rijden wel miljoenen mensen langs het gebied op weg naar het veer voor Texel. Hoe kan er heel actief promotie onder die doelgroep georganiseerd worden? Waarom staan zij 's zomers twee uur in de file naast Willemsoord en niet op het terrein, zodat zij ermee in aanraking komen en geinspireerd er door worden? Dat vraagt ook om veel meer evenementen dan er nu al plaatsvinden. De LPB-ers noemden diverse mogelijkheden om ook andere groepen te interesseren voor het gebied: een openlucht bioscoop, festivals a la Oerol, kunstenaars en musici, een skatebaan voor jongeren, meer doen met de "zorgpoot" (of zorgboot), en waarom kun je eigenlijk niet wonen op Willemsoord?

Naast het aantrekken van veel meer mensen, werd er ook gereageerd op de traditionele manier van gebiedsontwikkeling zoals die nu voor Willemsoord geldt. Als alternatief is gewezen op het Havenkwartier in Deventer. Ook in Deventer is slechts een gedeelte van het havengebied beschikbaar voor nieuwe functies, de rest is nog gewoon een economische haven. Het Masterplan voor het Havenkwartier is in 2006, dus nog voor de crisis, de prullebak ingegaan. Grote investeerders bleken onvoldoende belangstelling te hebben. Vervolgens heeft de gemeente de Deventer samenleving uitgenodigd om te komen kijken en zelf met (kleinschalige) voorstellen te komen. Dat heeft een enorme vloed van bijzondere voorstellen opgeleverd, soms in collectief verband, zoals het Theaterschip, Dok H2O en Loods 570, andere keren door particulieren.

De sturing is niet programmatisch (ofwel, welke functies komen in welke gebouwen) maar thematisch. Er zijn 5 thema's: gewild wonen (en zelf bouwen), erfgoed als inspiratiebron, de ontdekking van de haven, werken in de stad, en vrijplaats voor ideeen. "Poor but sexy" Berlijn was daar het voorbeeld. Van de 180 initiatiefnemers zijn er nu 120 over, die kunnen realiseren mits zij een bankgarantie hebben. Alle projecten van de 1e fase worden de komende jaren uitgevoerd. Slimmigheidjes als anti-zonering in het nog op te stellen bestemmingsplan, want je komt wel wonen en werken in een havengebied, niet in een thematisch gebied!

Zou zo'n meer organische manier van gebiedsontwikkeling ook voor Willemsoord kunnen werken? Misschien is er geen sprake van een keuze maar van noodzaak. Ook in Den Helder is er onvoldoende geld voor de totale gebiedsontwikkeling (met een sluitende grondexploitatie).

Maar het is natuurlijk wel de vraag of de gemeente, of de BV's die met de gebiedontwikkeling bezig zijn, de samenleving de ruimte geeft om ook echt te gaan investeren in Willemsoord. Zo is het nautische thema prachtig als lange termijnsvisie, maar voor de korte en middellange termijn wordt er toch gekeken naar consumenten gerichte activiteiten, zoals het casino, het toekomstige theater en de restaurants.

Om aantrekkelijk te worden voor de activiteiten van de particuliere Heldenaren is een andere aanpak nodig. Willemsoord BV en Zeestad BV/NV moeten zich (re-)organiseren zodat zij de investerende inwoners van Den Helder en omstreken echt te gaan helpen. Zij gaan, net als in Deventer, de kracht van de samenleving losmaken. Dat betekent bijvoorbeeld dat er ook een kans komt om te kunnen wonen op het terrein. Voor jonge mensen, maar ook voor ouderen die nog met hart en ziel verknocht zijn aan Willemsoord: dat is nou een echte invulling van de genoemde zorgpoot. Het betekent ook dat startende ondernemers juist hier hun thuishaven hebben, en niet alleen op nautisch vlak. Of dat er veel meer gedaan wordt met duurzame energie of duurzaamheid is zijn algemeenheid, want is dat niet wat het behoud en de ontwikkeling van het gebied zelf eigenlijk betekent?

Misschien dat de ontwikkel BV's ook wat meer gebruik kunnen maken van maatregelen in de Tussentijd, juist om het gebied op de kaart te zetten. Een boot als de SS Rotterdam is wat veel, maar er zal best een emotioneel geladen schip zijn, waar de inwoners van Den Helder trots op zijn en waar zij zich mee verbonden voelen. Dat schip komt natuurlijk op Willemsoord te liggen. Zoals Katendrecht nu laat zien, heeft dat ook nog eens een positief effect op de waarde van het omliggende vastgoed. En als het echt zo is dat 80% van de Heldenaren de ziel al op Willemsoord heeft, dan verwachten zij toch iets beters dan een casino?

vrijdag 19 augustus 2011

Talking Square, over pleinen, gebruikers en bezoekers

Als je als bezoeker je patatbakje op het plein gooit, dan "praat" je eigenlijk met die ruimte. Wat gebeurt er als het plein terug praat?

Een van de cases van de Social Safari 2011 ging over de overlast en het vandalisme in Amsterdam, en met name op het Rembrandplein en het Leidseplein. Hoewel er door de partners (gemeente Amsterdam, het stadsdeel Centrum, de politie en ook horecaeigenaren) al veel geinvesteerd is om de pleinen veilig, heel en schoon te houden, constateert men dat bezoekers er nog steeds een bende van maken, vooral 's nachts en in de vroege ochtend.

Volgens de partners heeft dat ondermeer te maken met het imago van Amsterdam, want "anything goes" ofwel het uiterst liberale karakter van de stad uit zich op deze pleinen in zijn meest extreme vorm. Het Social Safari Team dat zich met deze case bezig hield kreeg als vraagstelling mee: hoe kunnen we meer betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij de lokale samenleving zelf neer leggen om de pleinen gedurende 24 uur plezierige plekken te maken? Kunnen er oplossingen gevonden worden vanuit en door de samenleving (inclusief partners)?

Achtergrond

Om een veiligere opgeving te maken hanteren de partners een zero-tolerance beleid: overtredingen worden meteen bestraft. Beide pleinen kennen een intense vorm van beheer en reiniging. Het Rembrandplein is recent opnieuw ingericht, het Leidseplein kent diverse verkeerstromen die de publieke ruimte in stukken delen. En het is altijd druk op de pleinen, want zij trekken erg veel bezoekers en toeristen, hoofdzakelijk van buiten Amsterdam. Opvallend is dat Amsterdammers aangeven bijna nooit op de pleinen te (willen) komen.

Volgens het Social Safari Team is Amsterdam een open, tolerante stad, met kenmerken als vrijheid, nieuwe mogelijkheden en kansen, diversiteit en bereidheid om nieuwe ontwikkelingen te ondersteunen. In principe zou een oplossing voor het Rembrandplein en Leidseplein in dit beeld moeten passen. Het is dan de zoektocht naar manieren om een open, positieve houding en gedrag van alle gebruikers en bezoekers te faciliteren. Hiervoor is het concept Talking Square gedacht.

Talking Square, making a square a place of positive interactions

In het concept Talking Square wordt het plein voorgesteld als een persoon: een vriend, een gids, een stem en een mening over alles dat er gebeurt binnen zijn publieke domein. In feite is Talking Square een uitnodiging tot dialoog, een voortdurend gesprek tussen het plein en zijn bezoekers, de horecaeigenaren, de politie en de gemeente Amsterdam: geef je mening, toon betrokkenheid en ACT! Prachtig is dat Talking Square precies past in de kernkwaliteiten van Amsterdam, zoals tolerantie, progressief denken en gewoon doen.

Rapid Prototyping - Rembrandplein

Belangrijk onderdeel van de Social Safari is het prototyping, laat in de werkelijkheid zien dat de gekozen oplossing(srichting) ook echt werkt. Dat gebeurde voor Talking Square op woensdagavond op het Rembrandplein tussen 22.00 uur en 2.00 uur 's nachts. Het Social Safari Team organiseerde een aantal kleinschalige activiteiten die allemaal gericht waren op dialoog en op het positief beinvloeden van houding en gedrag van aanwezige bezoekers.

Zo konden mensen hun gevoelens en meningen opschrijven en dit in de vorm hartjes (harten) aan een koord hangen. Er was een heuse sit-in waar gepraat werd hoe het is om op het Rembrandplein te zijn, bezoekers konden met krijt schrijven (en tekenen) op de stenen tegels (inspiring quotes), en er was Twister - toch wel een prima activiteit voor dronken mensen, zo bleek!

Online bestaat Talking Square ook, via Facebook en Twitter. Bezoekers worden bijvoorbeeld via tweets @talkingsquare geattendeerd op de mogelijkheden van fietsparkeren. Op het sociale medium Facebook worden meningen en impressies gegeven door gebruikers en bezoekers van de pleinen.

Publiek domein en Talking Square


In de nabespreking met de partners bleek men zeer verrast te zijn over het concept van Talking Square. Meestal wordt een plein of een stuk openbare ruimte vooral vanuit ontwerp en vervolgens vanuit beheervragen benaderd. Al dan niet programmatische activiteiten volgen daarna.

Het Social Safari Team stelt echter voor om eerst de dialoog te hebben en te houden van stakeholders, gebruikers en bezoekers (Talking Square), en vanuit deze dialoog het programma te maken. En pas daarna de gevolgen voor ontwerp en beheer. Het bouwen van betrokken gemeenschappen "met hart voor het plein" is het meest belangrijk. Talking Square laat ook zien dat tijdelijke gebruikers (buitenlandse toeristen) gewoon deel kunnen nemen aan die dialoog en de activiteiten. Het is een vernieuwende vorm van participatie, die veel, heel veel ruimte laat voor allerlei burgerinitiatieven.

Naar mijn idee zet dat de traditionele visie op openbare ruimte en publiek domein in een ander licht. In stedelijke ontwikkeling was al langer duidelijk dat ontwerp, beheer en programma in een nieuwe relatie tot elkaar komen te staan. Talking Square gaat nog een stap verder en maakt duidelijk dat de dialoog over publieke ruimte opnieuw mag beginnen. Niet alleen tussen beleidsmakers, uitvoerders en beheerders, het bijzondere aan de Social Safari case is dat iedereen kan deel nemen.

Talking Square wordt - zoals het er nu voorstaat - onderwerp van de aanstaande Dag van de Dialoog. En ik heb begrepen dat er binnenkort een community picnic georganiseerd wordt...

Het Social Safari Team - Ana Maria Hirtanu, Simon Verwer, Thomas van Andel, Alexandra Parcinska, Andreas Kopp en Ziorta Ixiar Garcia. De bijgaande video geeft een mooi beeld van opgave, proces en resultaat, met dank aan Andreas Kopp.

woensdag 27 juli 2011

Social Safari 2011 - learning from teachers again?

Last week - July 17 to 22 - I was invited to participate in the Social Safari 2011 of Kennisland Amsterdam. The key mission of Kennisland is to make Nederland more smart, the Social Safari exemplifies this in a beautiful way.

Because complex societal issues are less likely to be solved from a single perspective and by a single person, Kennisland proposes to tackle such issues by introducing the dynamics and power of groups and networks. The Social Safari team assembles 30 persons (called Tigers) from a large number of countries and with a diversity of skills and knowledge. In a single week those Tigers have to work together and finally present viable and realistic solutions to the above societal issues. An essential part of the Safari is rapid prototyping - within 24 hours all proposals and ideas must be tested in the real world. This year's Tigers were asked to prototype their proposals from Tuesday 11 pm to Wednesday 11 pm! Not that much sleep, but great fun, as one can image.

There were five clients that had complex issues we could work on: the Stedelijk Museum Amsterdam, the municipality of Amsterdam, Stichting Doen, ABC Eductional Advisors and the Network Democracy foundation. Each client stated a specific question to the Social Safari Tigers. For instance the municipality of Amsterdam attributed the issue about vandalism and safety of the squares Leidseplein and Rembrandplein, espacially at night. Based on the assumption that an excellent square always combines strong design, proper maintenance and inviting program, the Safari team put forward a program that stimulates visitors and users into a more positive relationship with the squares.

That's how the Talking Square comes in, which is a program and social media tool (@talkingsquare on Twitter, also on Facebook) to enhance more awareness of visitors and users on their behavior while they are on the Rembrandplein. The prototyping also included smart and relatively simple activities to re-focus their attention, such as Square-Twister, a real Sit-In, and Have a heart for the Square and show it. Some pictures of these nightly activities can be seen on the site of Betul Ellialtioğlu Seçkin

The Stedelijk Museum of Amsterdam enters the competition with the Rijksmuseum and the Van Gogh Musuem. Which is tough, given the fact that the Stedelijk has been closed for the last 7 years. An important issue here is how to attract more international visitors.

The Safari team proposed to turn the Stedelijk into a vibrant cultural hub, and tested with the youngsters of Blikopener the respons and reactions of international tourists on the splendid collection of Contemporary Art and Design. Also, the Brasilian Safari Tiger Laila Bergamasco conducted some research on the streets on the name, fame and reputation of the "Steddilik" (which makes a great video experience).

I joined the Safari Team on primary education, requested by ABC Onderwijsadviseurs. A former municipality organisation ABC was privatized 5 years ago and enters the market coming September 2011 without additional funding. Which seems to us something like a cold turkey from a business perspective. ABC supports teachers working on primary education schools and provides expertise and services for children that needs additional care. Some 150 persons work at ABC.

The issue ABC asked us to deal with has to do with the new law on primary education, called tailored education ("Passend Onderwijs"). Basically tailored education intends to achieve that every child, irrespective of his or her abilities, should be able to participate in regular primary education. We think that in the long run tailored education aims to minimize the number of children that will attend in specialized primary education. It does however demands additional requirements of the teachers. So ABC asked us: how may tailored education get into the heads and hearts of the teachers? Of course, competences, skills and even attitudes of teachers are involved, which is precisely a business opportunity for ABC and it's products and services.

We started with an extensive survey of the Amsterdam educational field. We interviewed the principal/director of the primary school Ru Pare in Slotervaart, spoke to several teachers both from regular and specialized primary education schools, and with people of ABC. We also did a quick scan on facts and figures with respect to primary education and tailored education. Because we didn't understand why tailored education wasn't already in the heads and hearts of teachers. As it turns out, the teachers we spoke either already worked in the spirit of tailored education or were open to such an approach. It also became quite clear that the position of ABC within the field of primary education has changed dramatically. Transforming the organization to operate within this changing educational market ABC will benefit from its resources and its networks. With respect to tailored education our three proposals may help ABC in their change.

1. Make Friends - At the moment ABC supports teachers (via the primary schools), but has not organised a network of teachers as customers. We found out that there is no network of teachers in Amsterdam at all, that functions as a platform for exchanges knowledge and experiences and voices the opinions of teachers to the outside world, beyond their own school. Our first proposal is for ABC to organize and host such network. Make friends with the teachers, which are also your customers. Use the new network of teachers also for marketing your products and services, which are by and large on the operational level. Learn from the feedback of teachers as educational professionals and improve your services and products. But most importantly, start discussing the issue of tailored education with the specialists in the field (= teachers) and search for a common perspective among and with your new friends.

We prototyped the need for and willingness of such a new network of teachers ("leerkrachtnetwerk") by means of a three hour conversation with teachers of both specialized and regular primary schools, and with educational experts. Our conclusion is that there is a need for networking of teachers and for a new role of hosting of ABC. ABC itself is already exploring the usage of networks and will participate in network sessions such as the Night of the Teacher.

2. Start Playing - At this moment in time ABC doesn't organize a group or cluster that develops new products and services. Product/service development does occur on an individual and incidental basis within ABC however. We propose for ABC to link and host network(s) of professional educational experts (teachers, but also others) with networks of parents and children. The main goal of these linked networks is to examine the future of tailored education and its consequences for schools, teachers, parents, children and ABC in the short and medium term. Exiting products and services may be improved upon and new services may be developed within these linked networks. ABC uses this educational playground from a more tactical and strategic level: where are we heading, what is needed in the short and medium term, and who will deliver what? Of course, although moderating and hosting the linked networks ABC doesn't "own" them, but may make extensive use of them from their business perspective. It's about co-creating and about starting to change.

3. Start Your Own School - for ABC the most convincing way to demonstrate the view and products/services on tailored education to the outside world and primary schools in Amsterdam! Something like practice what you preach. Our third and most daring proposal is to start the A-Z school, a regular Amsterdam primary school for children of all abilities and skills. However, the A-Z school also teaches the teachers of other primary schools in Amsterdam and further. Those teachers learn in a real-educational world how to improve on their competences and skills, supported by other people from ABC. Not in a separate training facility, but on a real primary school. With children that need good achievements and CITO-scores for their future! And with parents that want the best possible education for their children!

The A-Z school naturally embraces diversity and inclusion in education and society. It also shows how tailored education can be implemented and improved upon in the real world, with learning and growing of teachers, parents and children.

We believe ABC is perfectly capable of starting with proposals 1 & 2. We think the 3rd proposal of the A-Z school may well be placed a bit further in time. However, suppose within the next five years a the option of obtaining a primary school becomes reality, what would happen then?

PS. While writing this blog, why did I keep thinking about urban renewal, community builders ("wijkmanagers"), the national network organization LPB - Platform voor Wijkgericht Werken, the recent initiative Buurtleerplaats Eindhoven, a collaboration of Fontys Hogeschool, municipality of Eindhoven and housing association Woonbedrijf? About CITO-scores for children and its influence on classes and schools versus scores on Safety and Cohesion for neighborhoods and its influence on people and cities? About a "lifelong learning" (levenlang leren) versus "social uplifting" (sociale stijging)? Or about managing a class versus managing a neighborhood? Some things are more similar than we assume, I'm quite sure about that.

PPS. I do apologize for all mistake in words, phrases and style in the English text above. Please send any comments and suggestions that will improve this blog. 

dinsdag 26 juli 2011

Social Safari 2011 - wat leren we van leerkrachten?


Afgelopen week van 17 tot en met 22 juli mocht ik deelnemen aan de Social Safari 2011 van Kennisland te Amsterdam. Kennisland heeft als missie om Nederland slimmer te maken, de Social Safari is een prachtig voorbeeld hoe dat slimmer maken kan werken.

Je kunt complexe maatschappelijke vraagstukken niet zo maar van achter het bureau oplossen, daar heb je een groep of netwerk van mensen voor nodig. De Social Safari brengt 30 personen (Tigers) uit diverse landen met de meest uiteenlopende kennis en ervaring bij elkaar en laat hen in 1 week met realistische oplossingen komen. Bijzonder is dat de methodiek ook een stuk "rapid prototyping" bevat. In 24 uur moeten de ideeen en voorstellen van de groep ook getest worden in de werkelijkheid.

We hebben in groepen gewerkt voor vijf opdrachtgevers: het Stedelijk Museum, de gemeente Amsterdam, Stichting Doen, ABC Onderwijs Adviseurs en Netwerk Democratie. Iedere opdrachtgever had een specifieke vraag voor de Social Safari. Bijvoorbeeld de vraag van de gemeente over de overlast en onveiligheid op het Leidseplein en het Rembrandplein, vooral 's nachts. Vanuit het idee dat een goed functionerend plein altijd een samenspel is tussen ontwerp, beheer en programma, heeft de groep als oplossing ingezet op het positief beinvloeden van de gebruikers van de pleinen.

Hiervoor is het Talking Square ontwikkeld, een programma en social media tool (@talkingsquare) om bezoekers bewust te maken van hun gedrag en door slimme activiteiten (twister, sit-in, hang je hart aan het plein) hun aandacht te vast te houden. Op de website van Betul Ellialtioğlu Seçkin vind je een korte impressie van de nachtelijke prototyping op het Rembrandplein.


Het Stedelijk Museum moet de concurrentie aan met het Rijksmuseum en het Van Gogh. Lastig, temeer omdat het al 7 jaar gesloten is. De opgave is ondermeer hoe er meer internationale bezoekers geinteresseerd kunnen worden. De Safari groep stelt voor om een "cultural hub" te maken, en test met de hulp van de jongeren van Blikopener hoe toeristen reageren op de prachtige collectie Contemporary Art and Design. En laat de Braziliaanse Safari Tiger Laila Bergamasco straatonderzoek doen over de internationale bekendheid van het Steddilik (een briljante video).

Mijn Safari groep heeft zich verdiept in het basisonderwijs, op verzoek van ABC Onderwijsadviseurs. ABC is een voormalige gemeentelijke instelling die vijf jaar geleden zelfstandig geworden is en vanaf september dit jaar geen subsidie meer krijgt. ABC ondersteunt leraren van het basisonderwijs en heeft diverse expertise in huis om kinderen die extra zorg nodig hebben te helpen. Er werken nu ongeveer 150 mensen.


De vraag die ABC ons stelde heeft te maken met de nieuwe wet op Passend Onderwijs, die als uitgangspunt neemt dat ieder kind, ongeacht zijn of haar aanvullende zorgvraag, in het normale primaire onderwijs terecht moet kunnen. Ofwel, Passend Onderwijs gaat het aantal kinderen dat naar het speciaal basisonderwijs gaat verminderen. Dat vraagt wel een extra inzet van de leraren, zo denkt ABC, en vraagt ons: hoe krijgen we het Passend Onderwijs in de hoofden en harten van de leraren? Natuurlijk heeft het met houding, competenties en vaardigheden van de leerkrachten te maken, en dat is iets waar ABC hen in kan trainen en ondersteunen.

We hebben eerst uitgebreid gesproken met het veld: met de directeur van OBS Ru Pare in Slotervaart, met leraren uit zowel regulier als speciaal basisonderwijs, en daarna met ABC zelf. Ook hebben we gespeurd naar feiten en cijfers, want waarom zouden leraren deze afwerende opstelling uberhaupt hebben? De professionals die wij gesproken hebben, staan welwillend tegenover het gedachtegoed van Passend Onderwijs of zijn er zelf al mee bezig. Maar ook werd ons duidelijk, dat het speelveld voor ABC enorm is veranderd. De afgelopen 5 jaar is de organisatie al getransformeerd tot marktpartij. Nu gaat het erom om de specifieke kwaliteiten en kracht van ABC en zijn grote netwerk in Amsterdam nog meer te gebruiken. Wat betreft Passend Onderwijs kunnen onze oplossingrichtingen  hierbij helpen. Het zijn er drie.

1. Make Friends - ABC bedient de leraren via de basisscholen, maar heeft nog geen netwerk van leerkrachten georganiseerd. Sterker nog, er is nog nauwelijks sprake van een netwerk van leraren, waar kennis en ervaringen worden uitgewisseld. Onze eerste oplossing is om als gastheer van een dergelijk netwerk op te treden, zodat de leraren een stem krijgen en er wederzijds geleerd kan worden. ABC kan zo'n netwerk ook goed gebruiken om hun bestaande diensten en producten (vooral op operationeel niveau) makkelijker aan te bieden. Maar het belangrijkste is dat er zo ook een gezamenlijk gedragen visie op Passend Onderwijs gemaakt kan worden.

Om er achter te komen of er ook behoefte bij de leraren bestond om een leerkrachtnetwerk op te zetten, hebben we op woensdag dit onderdeel getest. Onze prototyping bestond uit een lang (drie uur) en diepgaand gesprek met leraren en experts, in aanwezigheid van ABC.

2. Start Playing - Op dit moment werkt ABC maar mondjesmaat en incidenteel aan product/dienst ontwikkeling. Door het samenbrengen van diverse netwerken van betrokken professionals, ouders en kinderen kan de toekomst van Passend Onderwijs en de gevolgen ervan op korte en middellange termijn verkend worden, en kunnen ontbrekende diensten en producten in een lab achtige setting ontwikkelend worden. ABC richt zich hier meer op tactisch en strategisch niveau: waar gaan we heen, wat is daar voor nodig, en wie levert wat? Zo'n Playground of Lab is geen eigendom van ABC, maar zij kunnen het wel mogelijk maken en gebruiken.

3. Start Your Own School - de meest overtuigende manier om de buitenwereld en de klanten te laten zien dat ABC echt werk maakt van Passend Onderwijs, is door het zelf ook te gaan doen. Ons derde voorstel is om naast ABC Onderwijsadviseurs een eigen A-Z basisschool op te zetten, bedoeld voor Amsterdamse kinderen (als iedere andere school) en voor de leraren van basisscholen. Deze leraren kunnen in de dagelijkse praktijk hun competenties en vaardigheden verder versterken en worden ondersteund met coaching door ABC. Het is alleen geen "droogzwemmen", de kinderen van de A-Z school moeten ook goede leerresulaten halen, want er wordt niet geexperimenteerd met hun toekomst!


De A-Z school omarmt diversiteit en "inclusion" en staat pal voor Passend Onderwijs, de kinderen en de leerkrachten. 

ABC zelf kan de eerste 2 voorstellen goed aan. Voor de A-Z school is het nog te vroeg. Hoewel - er zal toch maar een school beschikbaar komen, de komende vijf jaar.

PS. En terwijl ik deze blog schrijf, waarom moet ik toch steeds denken aan de wijkmanagers, het LPB - Platform voor Wijkgericht Werken, de recent gestarte samenwerking van de Buurtleerplaats Eindhoven van Fontys Hogeschool, gemeente en het Woonbedrijf? Aan de overeenkomst tussen de CITO-scores en de Leefbaarheid- en Veiligheidresultaten? Aan een levenlang leren en sociale stijging? Aan het managen van de klas en van de wijk? Daar zit iets, ik weet het zeker.


zaterdag 16 juli 2011

Burgerparticipatie in Twenterand - De Zwembaden


Kun je burgerparticipatie op een betekenisvolle manier gebruiken bij gemeentelijke bezuinigingen?

In deze blog beschrijf ik hoe een complex onderwerp, zoals het bezuinigen op de zeer gewaardeerde gemeentelijke zwembaden, zich goed kan lenen om samen met de samenleving aan te pakken. Maar dat gaat niet met alleen goed informeren of door een klankbordgroep in te stellen. Het gaat erom dat burgers ook echt de gelegenheid hebben en de ruimte krijgen om mee te praten en mee te werken aan een oplossing, en om een gezamenlijke visie hoe de toekomst van het zwemmen er dan uit ziet.

Zwembaden
Mijn huidige opdracht gaat over de vier zwembaden van de gemeente Twenterand, drie buitenbaden en het binnenbad De Stamper in Vriezenveen. Het zijn - voor zwembadbegrippen - baden op leeftijd, rond de 40 jaar geleden gemaakt, waardoor de totale boekwaarden lager zijn dan de gezamenlijke onderhoudskosten. Het jaarlijks exploitatietekort is gestaag gestegen, tot ongeveer 1 miljoen Euro in 2010. Ook de bezoekersaantallen dalen en de verwachting is dat deze daling de komende jaren doorzet. Er is aanzienlijk concurrentie van zwembaden in de omgeving van Twenterand, zeker wat betreft het binnenbad. Ten slotte hebben de demografisch ontwikkelingen ook invloed op het gebruik van de voorziening zwembaden - Twenterand gaat krimpen.

Nog wat kerncijfers: aantallen inwoners (gemiddeld de helft van andere gemeenten), de hoeveelheid zwemwater (twee keer zoveel als andere gemeenten) en hoe vaak de zwembaden gebruikt worden (even vaak als in andere gemeenten). Voldoende redenen om aan de slag te gaan met de zwemvoorzieningen.

Kernendiscussie
Natuurlijk hebben de vier kernen van Twenterand ieder hun eigen zwembad. Het binnenbad mag dan in Vriezenveen staan, het toeristisch interessante Den Ham heeft het karakteristieke buitenbad De Groene Jager. En de Zandstuve in Vroomshoop en de Plump in Westerhaar-Vriezenveensewijk zijn op zomerse dagen afgeladen. Maar belangrijker nog - de zwembaden zijn onderdeel van de cultuur en identiteit van de verschillende kernen en daar ga je als gemeente niet zomaar tussen kiezen. Twenterand is een nog jonge fusiegemeente (2001) van Den Ham en Vriezenveen, waardoor er door het bestuur en gemeenteraad goed gekeken wordt of alle kernen wel even goed voorzien worden. Of, zoals in de zwembaden discussie, allemaal de pijn van de bezuinigingen voelen. Niet NIMBY maar kom niet aan mijn zwembad, zo lijkt de stemming.


Werkgroep Zwembaden
In 2006 lukt het de politiek niet om tot een oplossing te komen, maar het huidige college en raad vinden nu dat er niet langer gewacht kan worden. Samen met bureau Andres cum suis worden nu drie scenario's opgesteld over de toekomst van het zwemmen in Twenterand en de mogelijkheden op tot bezuinigingen te komen. Samen, want de scenario's worden eigenlijk gemaakt door een Werkgroep van ongeveer 25 Twenteranders.

Het is een vorm van beleidsparticipatie, waarbij de deelnemers aan de Werkgroep de comakers van het advies zijn. Maar tegelijkertijd komen er in de Werkgroep ook allerlei ideeen en voorstellen op om meer gebruik te maken van de samenleving in de kernen en in Twenterand. Bijvoorbeeld door een PPS constructie aan te gaan met een lokale ondernemer / ontwikkelaar voor het ontwikkelen van een nieuw binnenbad. Of door het buitenbad De Groene Jager (maar ook andere bestaande baden) aan te bieden aan de markt of aan de lokale kernsamenleving voor beheer en exploitatie.

In de Werkgroep zijn niet alleen de kernen vertegenwoordigd, ook zitten er mensen in uit belangengroepen als de zwemverenigingen en het doelgroepzwemmen (o.m. voor gehandicapten). Maar ook geinteresseerde en betrokken burgers, die vooral zwemmen als basisvoorziening in stand willen houden. De Werkgroep kent een evenwichtige samenstelling en is niet ingedeeld naar evenredigheid van aantal kernen.

Mei 2011
In de eerste bijeenkomst half mei is afgesproken dat besluiten genomen worden door hoofdelijk te stemmen, en je kunt alleen stemmen als je er bent. Ook is de manier van informatie verstrekken afgesproken, namelijk door gebruik te maken van het digitale instrument Dropbox, waar alle (maar dan ook echt alle) informatie en beleidsstukken van gemeente en bureau Andres cs opgeplaatst is. De deelnemers kunnen hun bevindingen daar ook zelf op kwijt, om zo te delen met de anderen. Er is geen geheimhouding, iedere deelnemer mag gedurende het traject met iedereen overleggen of informatie doorgeven, ook buiten de Werkgroep. Dus alle soorten 1-2 tjes en coalities mogen gemaakt worden, en dat is natuurlijk ook volop gebeurd.

Juni 2011
Tijdens de tweede bijeenkomst half juni heeft bureau Andres cs de resultaten van de enquetes onder inwoners en gebruikers gepresenteerd, evenals de technische en financiele situatie tot en met 2010. Ook kregen de Werkgroepdeelnemers inzicht in hoe zelf scenario's te maken. Met welke criteria moet je dan rekening houden? Een belangrijk deel van de avond ging echter op aan het stemmen over de inzendingen van de Prijsvraag Toekomst Zwembaden.


Prijsvraag Toekomst Zwembaden
Aan deze Prijsvraag konden alle inwoners van Twenterand mee doen. We vroegen hen om ideeen en voorstellen over: (a) de toekomst van het zwemmen in Twenterand, (b) de mogelijkheden om de tekorten op de exploitatie te verminderen, en (c) de mogelijkheden om meer inkomsten of extra opbrengsten te generen. Het leverde meer dan 40 inzendingen op en vier prijswinnaars. De Prijsvraag was bedoeld voor inspiratie voor de deelnemers van de Werkgroep, ofwel hun mede-inwoners hebben actief meegeholpen om de Werkgroep tot drie toekomstrichtingen te brengen.

Juli 2011
Afgelopen maandagavond was de derde bijeenkomst, waar alle voorstellen, ideeen, beleidstukken en andere informatie verwerkt zijn door de Werkgroepleden, en waar uiteindelijk 9 ontwikkelingsrichtingen op de agenda stonden. Nadat alle indieners hun voorstellen kort toegelicht hadden, zijn de deelnemers met elkaar in discussie gegaan en zijn er door samenvoegen en combineren drie scenario's uitgekomen. Een scenario waarbij er geen binnenbad meer in Twenterand is maar wel vier buitenbaden, een scenario met alleen maar een nieuw binnenbad en geen buitenbaden, en een laatste met een nieuw binnenbad en een bestaand buitenbad. Hoewel het scenario met alleen maar buitenbaden niet op een meerderheid van de Werkgroep kon rekenen, is het wel een volwaardig en interessant scenario.

De echte vuurproef was twee dagen later, op afgelopen woensdagavond. Eerst zijn de uitkomsten van de Werkgroep gepresenteerd en bediscussieerd met de groep geinteresseerde inwoners. Daarna was het de beurt aan de gemeenteraad.


Informeren van de gemeenteraad
In deze Raadsinfo kon de gemeenteraad kennis nemen van de drie scenario's en het werk van de Werkgroep. Maar eerst kwam de kernendiscussie en de samenstelling van de Werkgroep aan de orde. Want waren alle kernen wel in gelijke mate vertegenwoordigd? De werkelijke vraag had moeten zijn, is de wijze van samenstellen van de Werkgroep van wezenlijke invloed geweest op het uiteindelijke resultaten, namelijk drie realistische scenario's voor de zwembaden in Twenterand? Andersom gesteld - had een evenredige vertegenwoordiging in de Werkgroep een resultaat gehaald met dezelfde hoge kwaliteit? Ik denk dat juist door evenwichtig in plaats van evenredig als uitgangspunt te nemen de gemeente Twenterand volop gebruik heeft kunnen maken van de kwaliteiten en talenten van haar inwoners. Een goede lering voor andere complexe trajecten!

Wel bezuinigen!
De discussie met de gemeenteraad gaf ook een ander inzicht. Niet alleen werd het scenario met alleen buitenbaden niet serieus genomen, ook vond een aantal gemeenteraadsleden dat er meer vernieuwende en inspirerende scenario's gemaakt hadden moeten worden. Zo werd de winnaar van de Prijsvraag aangehaald die voorstelde om een nieuw binnenbad te clusteren met allerlei andere sportaccommodaties en zo een groot sport en beweeg gebied te maken. Natuurlijk had de Werkgroep gebruik gemaakt van deze input maar ook heel scherp gekeken naar de bezuinigingsopgave, iets dat de gemeenteraadsleden even uit het oog verloren.

Stuurgroep en verder
De drie scenario's worden komende week aan de bestuurlijke stuurgroep voorgelegd voor verdere doorrekening door bureau Andres cs. Dat gebeurt deze zomer, waarna de compleet gemaakte scenario's weer in de Werkgroep komen. Bureau Andres cs is al 15 jaar werkzaam op het gebied van zwembaden in gemeenten en heeft nog nooit zo'n traject van burgerparticipatie mee gemaakt. Ook zij zijn erg onder de indruk van het resultaat van de Werkgroep Zwembaden, zowel wat betreft de inzet van de deelnemers, die ook zelf onderzoek gedaan hebben, als de mate van detaillering van de ingediende 9 voorstellen. Ook het besef bij de Werkgroep dat het om bezuinigingen gaat en de manier waarop dit verwerkt is in de scenario's heeft veel bewondering opgewekt. Ik ben erg trots dat ik zo'n groep mensen mag begeleiden!

Wordt vervolgd in september.

dinsdag 5 juli 2011

Worden MFA's ondernemingen?

Afgelopen vrijdag organiseerde het MFA Lab het congres "Ondernemen met MFA's" op de bijzondere locatie De Kamers in Amersfoort Vathorst.

Een rode draad door het programma was de noodzaak om meer ondernemerschap te krijgen in het complexe veld van maatschappelijk vastgoed. Dat is bittere noodzaak, vertelde Jos van Oord, Kamerheer van De Kamers, ondermeer omdat inkomsten in de vorm van subsidies in rap tempo afnemen. En zonder middelen is zelfs een prachtig initiatief zoals De Kamers niet zo'n lang leven gegeven.

Horeca bijvoorbeeld doet het uitstekend in De Kamers, zo vertelde Jos. Dat eten en ontmoeten goed samengaat, laat het landelijk initiatief van Van Harte Resto's zien. De diverse restaurants in achterstandswijken zijn opgezet als sociale ondernemingen, volgens een franchise formule. Let wel, de horeca functie is daarbij een instrument voor het hoofddoel van de MFA's, namelijk betekenis toevoegen voor de mensen en de buurt.

Veel eigenaren en uitbaters van MFA's zijn op dit moment op zoek naar een nieuw profiel of druk bezig met herpositioneren en herbezinnen. Maatschappelijk vastgoed dient zijn (of haar) eigen broek financieel te kunnen ophouden, en dan helpt het als duidelijk is waar de klanten zitten, hoe er "traffic" georganiseerd kan worden, wat kansrijke en duurzame manieren zijn om aan geld te komen, hoe kosten terug gebracht kunnen worden door slimmere manieren van beheer. Maar worden MFA's nu ook ondernemingen?

Marc van Leent onderscheidt drie archetypes van maatschappelijk vastgoed, beeldend verwoord als hotspots, dorpspleinen en huiskamers. Hotspots zijn scherp geprofileerde MFA's die exploitatie en programma nauw verweven hebben. Zij zijn sterk ondernemend, met een helder beeld van klantgroepen en winstgevendheid. Gastvrijheid is essentieel, hospitality management goed ontwikkeld. En bij hotspots is money echt een issue. Niks mis mee om op basis van een goed ondernemersplan geldstromen te genereren, wat weer ingezet kan worden voor die activiteiten die alleen maar geld kosten.

In het archetype huiskamers gaat juist niet veel geld om. Het zijn kleinschalige burgerinitatieven in de wijk, soms alleen maar een woning, zoals de Buurtkamers in Enschede en omgeving. Vrijwilligers met wat ondersteuning zorgen voor het programma, de ruimte wordt meestal ter beschikking gesteld door een woningcorporatie of gemeente.

De meeste MFA's kunnen echter gezien worden als echte dorpspleinen, voor de hele buurt of wijk toegankelijk, zonder een duidelijk programma en eigenlijk van iedereen. Soms met de nadruk op onderwijs (de Brede Scholen), soms op sport en bewegen, soms voor jongeren, dan weer als doorsnee wijkcentrum. Zolang de huur maar betaald wordt, maakt het de eigenaren niet uit wat er precies gebeurt.

Deze MFA's dorpspleinen hebben op dit moment veel last van teruglopende middelen - de huurders, de verenigingen en instellingen, hebben allemaal te maken met minder subsidie, en moeten kiezen tussen geld voor hun activiteiten of voor de ruimte in de MFA. Dorpspleinen lijken eigenlijk meer op bedrijfsverzamelgebouwen of zalen centra, maar dan voor niet-economische activiteiten, en met een sterke subsidie afhankelijkheid.

Groter kostenbewustzijn, betere en slimmere rekenmodellen voor beheer en exploitatie, durven kiezen wie de gebruikers of klanten moeten zijn, meer aandacht voor imago en gastvrijheid, andere manieren van inkomstenwerving, dat zijn belangrijke aspecten van de MFA's in de nabije toekomst. Een van die nieuwe doelgroepen (klanten) zijn kleinschalige ondernemers en flexwerkers in de wijk. Wat is er voor nodig om MFA's geschikt te maken om in te werken? Ofwel, wat wil de werker?

In Deventer is sinds vorig jaar het zzp-kantoor De Fabriek actief. Het is zowel werkplek als ontmoetingsplek, met andere zzp-ers of met ondernemers uit de stad en regio. De Fabriek hanteert deelnemerstarieven per maand en bedrijven kunnen een businessdesk huren - aparte spreekkamer voor hun bedrijfsactiviteiten. Fabriekers organiseren zelf inspiratie bijeenkomsten, doen sleuteldiensten en sinds kort weet de Deventer omgeving de kracht van het netwerk van zzp-ers in De Fabriek ook te vinden. Er wordt nu ook collectieve acquisitie gedaan en opdrachten wordt door een Fabrieksteam aanvaard.

De Fabriek is gehuisvest in een winkelpand van een woningcorporatie in het centrum van Deventer, dat was de optimale keuze van de twee ondernemers die De Fabriek opgezet hebben. In de toekomst hopen zij nog een mooie locatie in het Havenkwartier te bemachtigen, maar goed, er moet ook iets te wensen over blijven. Op dit moment - na 8 maanden - maakt de onderneming zwarte cijfers en blijft groeien.

Als Fabrieker ben ik er om rustig te kunnen werken, om klanten te ontvangen en te kunnen vergaderen en voor het contact met andere ondernemers. De Fabriek is perfect bereikbaar, drie minuten lopen vanaf het station en direct naast de parkeergarage. Er is draadloos internet, goede koffie en een fijne comfortabele werkplek. Online de vergaderkamers reserveren. En een flexibele deelname, geen langlopende contracten.

Een dergelijk zzp-kantoor kan natuurlijk ook in maatschappelijk vastgoed opgezet worden, en zoals ik begrepen heb tijdens het congres van vrijdag, dat gebeurt ook al op een paar plekken. Diverse MFA's kampen met tijdelijke leegstand, bijvoorbeeld omdat er geen programma overdag plaatsvindt. Wat is er dan logischer dan die beschikbare ruimte in te richten voor flexwerkers uit de wijk?

Mijn belangrijkste tip voor alle eigenaren en uitbaters van MFA's is om zoiets niet zelf te doen, maar ondernemers te zoeken die hun eigen Fabriek (of S2M of Igluu etc.) in de MFA willen gaan starten. Want extra ondernemers in je gebouw kunnen zomaar de MFA zelf ondernemender maken. Daar hoef je niet veel voor te doen.

zondag 10 april 2011

Zorgen en dromen in de Tilburgse Kruidenbuurt

Op een stralende dag sta ik buiten te praten met Patrick. Hij loopt stage bij Het Kruispunt, de nieuwe MFA in de Tilburgse Kruidenbuurt. Patrick zit zes jaar zonder werk en is maar wat blij dat hij de kans krijgt om weer wat te doen. Vroeger werkte hij als loodgieter, timmerman, klusjesman, maar hij kon de stress en de werkdruk niet aan en raakte zijn baan kwijt. Nu helpt hij in de modern verbouwde kerk, vervangt een lamp hier en daar, maar is vooral gastheer. Jammer dat door de komende bezuinigingen van het welzijnwerk er geen vast werk inzit. Hij hoopt straks aan de slag te gaan in de Beekse Bergen.

Sociale stijging
Patrick krijgt zijn leven weer op de rit door hulp en ondersteuning van de gemeente Tilburg en haar partners. Sociale stijging is het leitmotiv, inzetten op werk, opleiding en het bestrijden van armoede. Waar liggen de Kruidenbuurters wakker van en welke dromen hebben zij, zo begon in 2005 de aanpak, waar de huidige impulswijkaanpak op voort bouwt. Vooral sociaal-economisch en gericht om de inwoners stapjes te laten maken naar verbetering van hun woon- en leefomstandigheden.

Kruidenbuurt
De Kruidenbuurt is een groene naoorlogse wijk, met grote woningen waarvan 85% sociale huur. De groep oorspronkelijke bewoners wordt gestaag kleiner en de nieuwe instroom is overwegend allochtoon. Men verhuist vaak, gezien de voor Tilburgse begrippen hoge mutatiegraad. De problematiek zit niet in de verpauperde voorraad woningen of de slechte staat van de openbare ruimte en de voorzieningen, maar in de situatie bij de huishoudens en mensen zelf. Werkloosheid, schulden, laag opleidingsniveau en slechte schoolprestaties zijn zorgenkindjes voor de inwoners van de Kruidenbuurt en voor de professionals.

MOM & Werkpunt
Dus wat doe je dan als gemeente? Tilburg realiseert een enorme inzet om deze sociale, maatschappelijke en economische aspecten te veranderen. In 2008 begint de Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij (MOM) voor afstemming van de werkzaamheden van de diverse professionele werkers in de buurt. Ralf Embrechts als MOM manager initieert ondermeer MOM@Work, een lokale jobcoach-jobhunter die mensen op koers zet naar werk (in breedste zin). Ook het transformeren van het voormalige wijkcentrum 't Kievitslaer tot een lokaal werkpunt hoort daarbij, voor alle activiteiten en aspecten die met werk te maken hebben. Gerard Hup, de nieuwe coordinator van het werkpunt, wil het liefst de vraag naar diensten van de Kruidenbuurters bedienen met werkzaamheden van inwoners zelf. Een ander project koppelt vrouwen in hun re-integratie naar werk aan de behoefte naar persoonlijke dienstverlening (vanuit WMO). Als het aan de gemeente ligt wordt de "achter de voordeur" aanpak uitgevoerd door gebiedsteams, en niet door iedere partner apart. Efficient de keten inrichten en problemen oplossen. Bewoners, klanten, doelgroepen en mensen als Patrick de kans geven om sociaal te stijgen.

Professionele drukte
Ik ben in Tilburg om met 25 mensen in het KEI-centrum stadslab te reflecteren over de impulswijkaanpak voor de Kruidenbuurt en we zien hoe de gemeente en haar partners aan het werk zijn, met enthousiasme, focus en resultaatgericht. Goed ook om te weten dat de aanpak tot 2018 doorloopt. Maar wat gebeurt er met bewonersparticipatie, sociale stijging en de functie van de Kruidenbuurt in de stad?

Beleidsparticipatie
Hoe houden we bewoners betrokken bij de wijkaanpak, vroeg de gemeente zich af. Het gaat dan om beleidsparticipatie, mensen mogen meepraten en meedoen bij het plan en bij de uitvoering, maar het is het feestje van de gemeente en haar partners. Sowieso valt het mij op dat ook bij de verschillende instrumenten als MOM@Work of Werkpunt de focus wel op de mensen ligt, maar het is niet van hen (wel voor hen). De impulswijkaanpak is ook niet van de bewoners, na die sessie in 2005 zijn de dromen en zorgen opgepakt door de professionals. En er is niks mis met beleidsparticipatie, laat daar geen misverstand over bestaan! Maar er is ook een andere wereld van "participatie", namelijk de acties en initiatieven uit de buurt en samenleving zelf, de burgerinitiatieven.


Burgerinitiatieven
Waar zijn de mensen in de Kruidenbuurt mee bezig en hoe kunnen zij daarbij ondersteund worden? Met geld, vergunningen,
netwerk, promotie? Hoe sluit je aan bij dergelijke eigen activiteiten? Bijvoorbeeld bij de 300 zzp-ers die wonen en werken in de buurt. Of bij de verenigingen en hun activiteiten. Bij de mensen die "gewoon" mantelzorg geven aan hun naasten en buren. En was er niet een enorme wachtlijst voor de volkstuinen? Zo bekeken is de kracht van de wijk af te meten aan het aantal en soort initiatieven en activiteiten van haar bewoners. Dat zegt niet veel over de betrokkenheid van de bewoners bij een plan van de gemeente. Maar waarschijnlijk dragen de vele initatieven uit de buurt bij aan de doelstellingen in 2018. Oh, en bij burgerinitiatieven ben je als overheid te gast: meedoen is overheidsparticipatie, wat een andere houding van de gemeente vraagt (zie Help een burgerinitiatief! van Ministerie van BiZa hierover).

Wijk als springplank
Sociale stijging is een persoonlijke zaak, mijn tweede punt. Als er groei is bij mensen, hoe maak je dat dan zichtbaar? Nu gebruikt de gemeente Tilburg vooral de kwantitatieve methode om grip te houden op de voortgang van de wijkaanpak. Kan dat ook anders? Bijvoorbeeld door aandacht geven aan de persoonlijke verhalen van mensen die groeien, niet alleen wat er met hen gebeurt, maar ook hoe dat henzelf verandert. Ik was blij dat ik Patrick sprak, want hij vertelde mij hoe het voelde om weer aan de slag te zijn, over zijn groei. Zo bekeken is de Kruidenbuurt de springplank voor persoonlijke groei. Ook als iemand er vervolgens voor kiest om uit de buurt te verhuizen.

Functie Kruidenbuurt
Door zo sociale stijging en de buurt te verbinden komt er ook meer scherpte in de rol en functie van de Kruidenbuurt in de stad. Iedere wijk heeft een functie in de stad, soms omdat je daar je eerste woning betrekt, of omdat je gezin er ruim kan wonen en er scholen en voorzieningen zijn. Soms ook omdat je geen woning kunt kopen en er voldoende huurwoningen zijn. Of omdat je er door de aanwezigheid van zorgvoorzieningen op je gemak oud kunt worden. Misschien omdat je in die ruime woning een bedrijf kunt starten.

Wat de buurt betekent voor de stad en de Tilburgers is volgens mij essentieel in de gezamenlijke aanpak van gemeente, woningcorporaties en partners. Dat geeft richting aan de wijkaanpak en scherpt de inzet van instrumenten. Maar let op - ook hier is het niet de vraag wat de professionals vinden, maar wat de Kruidenbuurters en de mensen die er komen wonen vinden. Het zijn tenslotte hun dromen en zorgen die tellen. En dat zij ermee aan de slag gaan natuurlijk.

zondag 20 februari 2011

Against the grain? Krimp en creatieve industrie

Voor de conferentie Shrinkage in Europe (Amsterdam, 16 en 17 februari jongstleden) onderzocht ik samen met Yvonne Rijpers de steden die te maken hebben met bevolkingsdaling en inzetten op cultuur en creatieve industrie.

Waarom kiezen om creatieve stad te worden? En werkt dat als instrument tegen krimp? De casus is Heerlen in Parkstad Limburg.

Heerlen heeft al enige jaren geleden gekozen voor versterken van innovatie en creatieve industrie, waarbij het TNO onderzoek uit 2005 over de kracht van de zogenaamde zuidelijke Tripool (met Maastricht en Sittard-Geleen) als uitgangspunt dient. Heerlen heeft in de tussentijd ook flink wat te bieden, van IBE (International Breakdance Event) tot Schunck, van pocketpark tot creatieve entrepeneurs, van de prijsvraag Design for Emptiness tot het best bezochte museumkasteel Hoensbroek 2010. En vanzelfsprekend veel, heel veel leegstaande panden en gebouwen.

Cultuurwethouder Lex Smeets is er glashelder over: Heerlen moet een spannende, bruisende en jonge stad worden. De hoofdstad van regio Parkstad biedt al veel voor de bezoekers, maar mag ook nog aantrekkelijker worden voor jeugd en jongeren. Voor hun opleiding verlaten jongeren de stad, fijn als zij daarna weer terug willen komen. Dat lukt alleen als Heerlen hen ook iets te bieden heeft, op gebied van cultuur en met economische vooruitzichten. Parkstad Limburg herbergt wel de grootste zonnecellenfabriek van Europa, met diverse technologische spin-offs. Dat is de "nieuwe energie" die vraagt om sterk creatief ondernemerschap. Maar het is tegelijkertijd work in progress, dat beseft Heerlen maar al te goed.

Creatieve industrie is zo op diverse manieren economisch gemotiveerd. Hoe vergaat het andere steden die te maken hebben met bevolkingsdaling en inzetten op creatieve industrie als nieuwe economische pijler?

De bijdrage van Brian Robson aan de conferentie Shrinkage in Europe 2011 gaat ondermeer in op Liverpool en Manchester, twee voormalige industriesteden in Engeland, die allebei te maken hebben met krimp.

Beide steden zetten fors in op de creatieve economie als instrument om aantrekkelijker te worden, economische activiteiten te ontwikkelen, en nieuwe doelgroepen aan te trekken. Zo kent Manchester het Lowry Centre, het prachtige Imperial War Museum North (van Daniel Libeskind) en de beruchte club Hacienda, en heeft de muziekscene veel ruimte genomen en gekregen. Manchester's inner city en een aantal wijken (gebieden) daaromheen laten geen krimp meer zien, maar een toename van bevolking.

In Liverpool huist een deel van de Tate Gallery, kent ook een bloeiende muziekscene en natuurlijk is de stad Culturele Hoofdstad 2008 geweest. Maar ondanks de flinke investeringen van de nationale regering en Europa blijft de stad krimpen, in alle delen, zo blijkt uit de data van Robson. Daar helpt de focus op de culturele economie niets aan. Hoe komt dat?

Na de transitie van een productie-economie (industrie & haven) naar een consumptie-economie (diensten & mensen) blijkt dat een grote stad als Liverpool in de periferie ligt, zo betoogt Robson. De belangrijke haven heeft zijn functie verloren en anders dan het nabij gelegen Manchester is Liverpool een cul-de-sac geworden. Krimp is onontkombaar en niet tegen te gaan.

Door de omvang van Manchester, scherpe keuze voor het stadshart en vooral de goede verbinding en aansluiting met Midden Engeland is hier de krimp beperkt. Het zijn vooral die delen van de stad die (weer) perifeer liggen, waar bevolkingsdaling optreedt. Dat brengt Robson ertoe om al dan niet structurele krimp vooral op te vatten als een gevolg van de verschillen in functionele rolen van steden en gebieden, de zogenaamde "settlement links within".

Robson heeft dan ook twijfels bij grootschalige investeringsprogramma's die werken 'against the grain' ofwel tegen de marktsituatie in (zoals het Pathfinder Programme, zie eerdere blog Marktfalen). De resultaten in de perifere steden in Noord Engeland zijn minder goed dan in de steden en wijken die goed gelinked zijn, en al helemaal als dat afgezet wordt naar de enorme investeringen die tot 2009 gedaan zijn. Robson verwacht dat de 'cul-de-sac' steden het gewoon niet gaan redden in de concurrentie met andere 'verbonden' steden, als de investeringsprogramma's aflopen. Met andere woorden, Liverpool redt het dan niet en blijft krimpen, Manchester wel en gaat stap voor stap weer groeien.

Heerlen investeert als een van de weinige gemeenten nog fors in cultuur en creatieve industrie, naast uitgebreide herstructurering in wijken (MSP, Hoensbroek, misschien Vrieheide), binnenstedelijke vitalisering en economie. Met Brian Robson's betoog in het achterhoofd, is de stad een cul-de-sac en ligt Parkstad in de periferie, of maakt Heerlen deel uit van een groter verbonden netwerk van steden, met Maastricht, Luik en Aken?

Voor het artikel "Shrinkage and culture as a tool to counteract it" stuur een email naar mark.verhijde@gmail.com