zondag 20 februari 2011

Against the grain? Krimp en creatieve industrie

Voor de conferentie Shrinkage in Europe (Amsterdam, 16 en 17 februari jongstleden) onderzocht ik samen met Yvonne Rijpers de steden die te maken hebben met bevolkingsdaling en inzetten op cultuur en creatieve industrie.

Waarom kiezen om creatieve stad te worden? En werkt dat als instrument tegen krimp? De casus is Heerlen in Parkstad Limburg.

Heerlen heeft al enige jaren geleden gekozen voor versterken van innovatie en creatieve industrie, waarbij het TNO onderzoek uit 2005 over de kracht van de zogenaamde zuidelijke Tripool (met Maastricht en Sittard-Geleen) als uitgangspunt dient. Heerlen heeft in de tussentijd ook flink wat te bieden, van IBE (International Breakdance Event) tot Schunck, van pocketpark tot creatieve entrepeneurs, van de prijsvraag Design for Emptiness tot het best bezochte museumkasteel Hoensbroek 2010. En vanzelfsprekend veel, heel veel leegstaande panden en gebouwen.

Cultuurwethouder Lex Smeets is er glashelder over: Heerlen moet een spannende, bruisende en jonge stad worden. De hoofdstad van regio Parkstad biedt al veel voor de bezoekers, maar mag ook nog aantrekkelijker worden voor jeugd en jongeren. Voor hun opleiding verlaten jongeren de stad, fijn als zij daarna weer terug willen komen. Dat lukt alleen als Heerlen hen ook iets te bieden heeft, op gebied van cultuur en met economische vooruitzichten. Parkstad Limburg herbergt wel de grootste zonnecellenfabriek van Europa, met diverse technologische spin-offs. Dat is de "nieuwe energie" die vraagt om sterk creatief ondernemerschap. Maar het is tegelijkertijd work in progress, dat beseft Heerlen maar al te goed.

Creatieve industrie is zo op diverse manieren economisch gemotiveerd. Hoe vergaat het andere steden die te maken hebben met bevolkingsdaling en inzetten op creatieve industrie als nieuwe economische pijler?

De bijdrage van Brian Robson aan de conferentie Shrinkage in Europe 2011 gaat ondermeer in op Liverpool en Manchester, twee voormalige industriesteden in Engeland, die allebei te maken hebben met krimp.

Beide steden zetten fors in op de creatieve economie als instrument om aantrekkelijker te worden, economische activiteiten te ontwikkelen, en nieuwe doelgroepen aan te trekken. Zo kent Manchester het Lowry Centre, het prachtige Imperial War Museum North (van Daniel Libeskind) en de beruchte club Hacienda, en heeft de muziekscene veel ruimte genomen en gekregen. Manchester's inner city en een aantal wijken (gebieden) daaromheen laten geen krimp meer zien, maar een toename van bevolking.

In Liverpool huist een deel van de Tate Gallery, kent ook een bloeiende muziekscene en natuurlijk is de stad Culturele Hoofdstad 2008 geweest. Maar ondanks de flinke investeringen van de nationale regering en Europa blijft de stad krimpen, in alle delen, zo blijkt uit de data van Robson. Daar helpt de focus op de culturele economie niets aan. Hoe komt dat?

Na de transitie van een productie-economie (industrie & haven) naar een consumptie-economie (diensten & mensen) blijkt dat een grote stad als Liverpool in de periferie ligt, zo betoogt Robson. De belangrijke haven heeft zijn functie verloren en anders dan het nabij gelegen Manchester is Liverpool een cul-de-sac geworden. Krimp is onontkombaar en niet tegen te gaan.

Door de omvang van Manchester, scherpe keuze voor het stadshart en vooral de goede verbinding en aansluiting met Midden Engeland is hier de krimp beperkt. Het zijn vooral die delen van de stad die (weer) perifeer liggen, waar bevolkingsdaling optreedt. Dat brengt Robson ertoe om al dan niet structurele krimp vooral op te vatten als een gevolg van de verschillen in functionele rolen van steden en gebieden, de zogenaamde "settlement links within".

Robson heeft dan ook twijfels bij grootschalige investeringsprogramma's die werken 'against the grain' ofwel tegen de marktsituatie in (zoals het Pathfinder Programme, zie eerdere blog Marktfalen). De resultaten in de perifere steden in Noord Engeland zijn minder goed dan in de steden en wijken die goed gelinked zijn, en al helemaal als dat afgezet wordt naar de enorme investeringen die tot 2009 gedaan zijn. Robson verwacht dat de 'cul-de-sac' steden het gewoon niet gaan redden in de concurrentie met andere 'verbonden' steden, als de investeringsprogramma's aflopen. Met andere woorden, Liverpool redt het dan niet en blijft krimpen, Manchester wel en gaat stap voor stap weer groeien.

Heerlen investeert als een van de weinige gemeenten nog fors in cultuur en creatieve industrie, naast uitgebreide herstructurering in wijken (MSP, Hoensbroek, misschien Vrieheide), binnenstedelijke vitalisering en economie. Met Brian Robson's betoog in het achterhoofd, is de stad een cul-de-sac en ligt Parkstad in de periferie, of maakt Heerlen deel uit van een groter verbonden netwerk van steden, met Maastricht, Luik en Aken?

Voor het artikel "Shrinkage and culture as a tool to counteract it" stuur een email naar mark.verhijde@gmail.com

woensdag 2 februari 2011

Diversiteit en talentontwikkeling in tijden van krimp

Krimp in de grensregio's is ook van invloed op de economische ontwikkelingen daar, dat beweren we in ons paper "On diversity in the periphery". We zijn Maarten Bosman, Bernadette Jansen en ik, we schreven het artikel voor de conferentie Shrinkage in Europe van de Universiteit van Amsterdam op 16 en 17 februari a.s.

De thema's van de conferentie zijn: wat gebeurt er in de krimpgebieden in Europa? Wat zijn de gevolgen van bevolkingsdaling? En welke strategieen worden gebruikt om krimp tegen te gaan? Ons artikel gaat over alle drie de thema's, maar vooral over de strategie om een human resource beleid te voeren die veel meer dan nu gebruik maakt van het arbeidspotentieel in de regio's zelf.

Want een krimpende bevolking betekent ook een krimpende arbeidsmarkt. We kennen natuurlijk de sluitende winkels omdat er te weinig klanten zijn, of de scholen die veel last hebben van te weinig leerlingen. Maar op het niveau van het lokale bedrijfsleven gebeurt er iets anders, daar is het tekort aan personeel direct problematisch voor de vitaliteit van de bedrijfsvoering. Nu is zo'n tekort aan met name goed opgeleide en gekwalificeerde mensen niet uitsluitend een probleem in krimpgebieden, het speelt in heel Nederland (en daar buiten). Bedrijven en ondernemingen, maar ook gemeenten en niet-commerciele instellingen, kunnen nauwelijks aan "goede" mensen komen. Het grote verschil met de krimpregio's is dat dergelijk personeel hun economische heil makkelijker buiten deze regio's vindt. De achterblijvers zijn dan al snel niet goed gekwalificeerd, wat het werven van nieuw personeel opnieuw onder druk zet.

Ons betoog is dat het anders moet, en kan. Krimpgebieden vormen volgens ons juist de uitgelezen proeftuin om een ander HRM beleid te voeren, eentje die inzet op het langer of opnieuw inzetten van ervaren senioren, op vrouwen die werk en zorg combineren, op jongeren die door leerwerk trajecten direct aan de slag kunnen, en op allochtonen die hun ondernemerschap en kennis en vaardigheden uitstekend kunnen gebruiken in het bedrijfsleven in krimpregio's. Eigenlijk vinden we het hoog tijd om afscheid te nemen van de model-werknemer, de hoog-opgeleide, goed gekwalicifeerde, jonge blanke man. Zeker ook, omdat de beroepsbevolking in de krimpregio's er nu al anders uitziet en in de nabije toekomst alleen maar verder af gaat wijken van dat ideaal plaatje.

De krimpregio's waar we op in zoomen zijn Twente en Midden Limburg, meer specifiek de steden Enschede, Weert en Roermond, en de dorpen Leudal, Twenterand en Hof van Twente. We doen dit door middel van een uitgebreide analyse van de demografische ontwikkelingen en de lokale arbeidsmarkt. Uitgangspunt is het onderzoek van Romeijn & Reulen (2010) over krimp in alle grensregio's van Nederland, in opdracht van Maarten Bosman. Er staat veel te gebeuren in de regio's Twente en Midden Limburg!

Vervolgens behandelen we drie reflexen van bedrijven en gemeenten die te maken hebben met krimp op de lokale arbeidsmarkt. Op het niveau van de organisaties kunnen zij de zaak opheffen, partners zoeken buiten het krimpgebied, hun bedrijfsactiviteiten beperken en samengaan met andere organisaties. Op het niveau van werven van personeel kunnen bedrijven en gemeenten proberen buiten de regio te recruteren, inhuren, of aantrekkelijk worden door promotie over "quality of life and living". Beide reflexen zijn normaal voor het bedrijfsleven en werken volgens ons nu juist niet in krimpgebieden.

De laatste reflex gaat over het benutten van de lokale beroepsbevolking, in meest brede zin. We noemen dat een strategisch HR beleid op diversiteit, "inclusion" en talentontwikkeling. En laten zien door onderzoeksresultaten en aan voorbeelden uit Nederland en daar buiten dat deze aanpak loont en kan werken voor het bedrijfsleven in krimpgebieden. Maar dat gaat niet vanzelf - een dergelijk HR beleid vraagt heel veel van de bedrijven en gemeenten zelf.

Tenslotte verbinden we een dergelijke benadering aan de krimpende arbeidsmarkt in Twente en Midden Limburg.

Iedereen die geinteresseerd is in ons artikel, kan het pdf downloaden van de site van Maarten Bosman, via deze link: www.maartenbosman.nl/diversiteit
of een email sturen naar: mark.verhijde@gmail.com

of zich aanmelden voor de krimpconferentie in februari natuurlijk. Zie daarvoor de website http://www.urbanstudies.uva.nl/urbanstudies_news/news.cfm/99DA392E-63D4-4A2E-B5EC346A64976EC0