maandag 21 mei 2012

Ondernemers in Antalya, Turkije

Na onze wandeltocht door het prachtige berggebied in zuidwest Turkije, over de oude paden van de Lycian Way (met dank aan Kate Clow die er een echte LAW van gemaakt heeft) verblijven we een aantal dagen in Antalya. 

Het is voorseizoen en de grote stroom toeristen moet nog komen. Ons hotel staat in de oude stad, met de kenmerkende huizen in Ottomaanse bouwstijl - vroeger van hout, tegenwoordig veelal steen en pleisterwerk, met uitstekende erkers die het straatbeeld intiemer maken. In de plint de toegang tot het hotel of de vele winkeltjes met kleden, tapijten, keramiek, kleding en veel horeca. De oude binnenstad is sinds 30 jaar in verbouwing, pand voor pand wordt opgeknapt, vaak met privaat geld, de lokale overheid beperkt zich tot de openbare ruimte. In feite is het hele gebied een museum en markt ineen, waar vooral veel onderhandeld en verdiend wordt. Aan ons natuurlijk, want hoe goed wij als westerlingen ook denken te kunnen onderhandelen, de winstmarges zijn groot genoeg voor de lokale ondernemers.

De ondernemers die ik in Antalya spreek, vinden dat er veel meer geld te verdienen is in Istanbul, maar zij hebben allemaal een reden om in deze kustplaats te zijn. Bijvoorbeeld Ramazan Gumus, die een winkel heeft in jacht- en visspullen, maar vooral in het buitenland zit en zich bezig houdt met zonnepanelen en andere vormen van duurzame energie. Daar is in Antalya nog een mooie slag mee te maken, want hoewel zo'n beetje ieder huis  zonne-energie gebruikt om warm water mee op te wekken, zijn er bijna geen zonnepanelen zichtbaar die uitsluitend dienen voor electriciteit. Daar ziet meneer Gumus een prachtige kans. Maar hij ziet zo'n kans ook in Zuid Afrika waar hij al druk aan de slag is.

Ik ontmoet hem omdat we een riem nodig hebben voor onze koffer. Nee, zoiets verkoopt hij niet, maar een andere Turkse meneer die toevallig in zijn winkel is, weet dat er hier vlakbij een bedrijf is die tassen maakt en of we even willen meelopen? In een oud en van buiten vervallen gebouw om de hoek op de eerste etage vinden we de onderneming Gunaydin, ter plekke worden de kofferriemen gemaakt (twee is beter, vindt meneer Gumus), natuurlijk krijgen we thee en ondertussen gaan de werkzaamheden in de lokalen en gangen gewoon door. De eigenaar vertelt dat zij op dit moment schooltassen maken, en dan vooral de leren onderdelen daarvan. De markt is erg goed, zegt hij. Zijn broer maakt onze riemen af en iedereen snijdt, lijmt, naait weer verder. In de winkel vertelt meneer Gumus nog wat meer over zijn solar activitities, ik over mijn advieswerk op stedelijke ontwikkeling en we wisselen kaartjes uit. Een kwartier later krijg ik zijn eerste email.

Wat gebeurt hier nu eigenlijk? Dat vraag ik mij af als we door de straten van de miljoenenstad Antalya lopen. Het is mij al opgevallen dat de plinten van de wooncomplexen bijna allemaal winkels en bedrijven herbergen. Niet alleen de bekende supermarktjes en restauranten, maar iedere denkbare vorm van bedrijvigheid kom je er tegen. Maar hoe zijn ondernemingen als Gunaydin in zo'n achteraf gebouw terecht gekomen? Wordt zo'n pand in de markt gezet als economisch interessant bedrijfsverzamelgebouw of is juist het feit dat er bedrijfsruimte te maken is genoeg om ondernemers aan te trekken?

Iets verderop komen we een gebouw tegen dat propvol kleine ondernemers, organisaties en wat al niet meer zit. Hoe komt zo'n pand nu vol? Regelt de eigenaar dat? Of juist de ruimte-vragende ondernemers met al hun relaties en familieverbanden? Ik kijk er naar met mijn verwende Westerse ogen en zie vitaliteit en drukte die een beetje jaloers maakt. Want in Nederland worden hele projectorganisaties opgezet om leegstaande kantoren,  gebouwen en zelfs plinten weer vol met frisse, creatieve en liefst ook jonge ondernemers te krijgen. Passend in het gekozen thema of brand, met goed hospitality management erbij en als het een beetje meezit ook zo georganiseerd dat die ondernemers iets met elkaar gaan hebben. Oh, en het moet aanloop hebben en traffic genereren. Hier, in Antalya, gaat het anders. Bulent Isik, PvdA raadslid in Utrecht en zelfstandig ondernemer, heeft mij het jaren geleden al toevertrouwd - de grootste trots van een Turk is om een eigen bedrijf te kunnen hebben. Dat kan goed in Nederland maar ook hier, in Antalya, waar er meer dan genoeg kansen zijn. Maar in Istanbul gaat het nog beter.

woensdag 2 mei 2012

Participatiekamers, zwembaden en belangengroepen in Twenterand

Veel gemeenten hebben het hart vol van burgerparticipatie. Zo ook de gemeente Twenterand, die wil leren hoe burgerparticipatie meer structureel in het denken en doen van de gemeente kan komen. Hiervoor zijn 3 pilotprojecten gestart, namelijk: trainen en begeleiden van ambtenaren om meer met burgers te doen, burgerparticipatie bij bezuinigingen op de exploitatie van de vier zwembaden, en zoeken naar een nieuwe verhouding tussen gemeente en de plaatselijke belangenorganisaties in de vier kernen van Twenterand.

In deze blog ga ik in op de ervaringen van het interne trainingstraject van de gemeente Twenterand, die ik samen met Jan Temmink in de periode mei 2011 tot februari 2012 mocht geven.

Participatiekamers
Om trainingen te kunnen geven is eerst een 0-meting gehouden onder 25 medewerkers en leidinggevenden van de gemeente; zo is vastgesteld hoe burgerparticipatie "leeft" binnen de organisatie. Tegelijkertijd zijn de bouwstenen voor het trainingsprogramma verzameld en de deelnemers geworven. Het uitgangspunt voor de trainingen is dat iedere medewerker als het ware zijn of haar eigen werk meeneemt en tijdens de trainingssessies aanknopingspunten aangereikt krijgt voor "meer burger". Dat betekent dat de deelnemers aan de slag gegaan zijn met persoonlijke leervragen wat betreft burgerparticipatie en zelf een casus inbrengen. Het programma is dan ook meer dan alleen kennis overbrengen, er wordt vooral geleerd door zelf te doen, want uiteindelijk gaat het om de vraag hoe dat "meer burger" ook echt in praktijk gebracht wordt. De trainingssetting hebben we de Participatiekamer genoemd.

Beleidsparticipatie en omgaan met burgerinitiatieven

Het programma van de trainingen behandelt de twee gezichten van burgerparticipatie, namelijk beleidsparticipatie en omgaan met burgerinitiatieven. Het onderscheid ligt bij wie er nu eigenlijk besluit over een project met of van burgers en daarmee eigenaar is.


Beleidsparticipatie en het omgaan met burgerinitiatieven vragen verschillende instrumenten, houdingen, competenties en vaardigheden van medewerkers. Bij beleidsparticipatie is het bijvoorbeeld handig om vooraf een participatieplan te maken, zodat duidelijk hoe en waarom de samenleving betrokken wordt bij een project en activiteit van de gemeente. Met het veelgebruikte "faciliteren" van burgerinitiatieven lijkt het erop dat voorstellen en acties uit de samenleving vooral met dienstverlening te maken hebben, terwijl een competentie als Samenwerken zeker zo belangrijk is.
 
Collega Participatie
Het trainingstraject burgerparticipatie sluit aan bij het interne Competentiemanagement, wat voor bijzondere en nieuwe inzichten zorgt. Twee van de deelnemers aan de Participatiekamer werken alleen met collega's en introduceren de term collega participatie. Zij gebruiken de trainingen om meer kwaliteit en betrokkenheid (draagvlak) te krijgen voor hun werkzaamheden. De krachtenveldanalyse van de actoren die met Control te maken hebben, wordt op dezelfde manier gemaakt als die van de projectleider Bezuinigingen Zwembaden, iets dat voor de medewerkers als een verrassing kwam.

Een werkbezoek aan de buitendienst maakt duidelijk dat er tussen gemeentelijk beleid maken en uitvoering van datzelfde beleid nog wel wat te verbeteren is, helemaal als er inwoners of ondernemers bij betrokken zijn.  Dat de aanname van "we zijn toch 1 gemeente" heel anders wordt ingevuld door de Buitendienst dan door hun collega's op het gemeentehuis en dat de opgave ligt in het meer verbinden en werken in de keten. In het door de deelnemers georganiseerde Lagerhuis debat is geleerd om beter om te gaan met argumenten (en drogredenen) van anderen. De Participatiekamer deelnemers krijgen daarna een kijkje in de keuken van het Team Zwembaden wat betreft ondernemerschap en creativiteit. Kennis delen gebeurt direct als de diverse casussen door de ogen van de zwembadmedewerkers worden bekeken. De trainingen zijn afgesloten met een bijeenkomst waar de medewerkers hun casus presenteren en laten zien wat zij in dat half jaar geleerd hebben.

Burgerinitiatieven
Voor het interne trainingstraject is ook een externe Klankbordgroep opgezet, die uit inwoners en ondernemers uit Twenterand bestaat. De Klankbordgroep functioneert als helpdesk en vraagbaak, ten slotte zijn de ervaringsdeskundigen van enorme waarde voor de Participatiekamer medewerkers. Maar vooral als het gaat om de vraag hoe om te gaan met burgerinitiatieven wordt de Klankbordgroep belangrijk. Voor de komende tijd staat bijvoorbeeld een bijeenkomst over Duurzaamheid op de agenda, waarvan de gemeente Twenterand enerzijds vindt dat het een speerpunt in de toekomstige ontwikkeling zou moeten zijn maar anderszijds hoopt dat de concrete initiatieven uit de samenleving zelf komen. In de Participatiekamer is bedacht dat het omgaan met burgerinitiatieven in drie stappen gaat: accepteren dat er een initiatief is, faciliteren van zo'n initiatief en stimuleren dat er nieuwe burgerinitiatieven ontstaan. De deelnemers van de Participatiekamer hebben aansluiting gezocht met de Klankbordgroep om hier samen de randvoorwaarden voor te maken.

Regulier Werk en Noaber
De gemeente Twenterand staat nu voor de keuze hoe verder te gaan met het investeren in medewerkers door middel van trainingen als de Participatiekamer. Hiervoor is de hulp van de leidinggevenden hard nodig. Burgerparticipatie is een middel om betere beleidsproducten te maken, meer inwoners te betrekken bij de keuzes van de gemeente en een voedingsbodem te creeeren voor initiatieven uit de Twenterandse samenleving. En zoals de Participatiekamer laat zien medewerkers instrumenten in handen te geven en competenties en vaardigheden te trainen om ook echt dat middel toe te passen. Om burgerparticipatie in het reguliere werk te krijgen vraagt aanvullende stappen vanuit het management. Eigenlijk is het borgen van burgerparticipatie en het bewaken van de kwaliteit ervan een specifieke taak van afdelingshoofden en teamleiders. Zij zijn als geen ander in staat om met jaaractieplannen en beleidsonderwerpen de medewerkers te ondersteunen in het actief inzetten van burgerparticipatie.

Omgaan met burgerinitiatieven vraagt nog een extra stap van de gemeentelijke organisatie. We vinden dat hiervoor de gemeente Twenterand zich als echt noaber op moet stellen: naast de burger en de helpende hand bieden als dat nodig is. Dat vraagt een nieuwe heldere positie van de gemeente ten opzichte van burgerinitiatieven, waarbij rolvastheid, creativiteit en de wil tot samenwerken belangrijk is. De medewerker die aan de slag gaat om initiatieven uit Twenterand mogelijk te maken heeft ruggesteun van het concern, niet alleen van zijn of haar leidinggevende. Vanzelfsprekend zijn dan de toegepaste instrumenten en de aanwezige vaardigheden en competenties van die medewerker een concern verantwoordelijkheid. Het helpt daarbij als het omgaan met burgerinitiatieven meer programmatisch wordt opgezet en aangestuurd.

Wat Participatie?
Zoals gezegd lopen er drie pilot projecten in Twenterand. Dat laat ambitie zien maar is ook kwetsbaar. Wat betreft de pilot Bezuinigingen op de exploitatie van de Zwembaden is het advies van de Werkgroep van betrokken burgers niet overgenomen door B&W en dat leidt tot veel discussie intern, in de samenleving en nu ook binnen de gemeenteraad. Het heeft ook gevolgen voor de andere pilot projecten, want men kan gemakkelijk zeggen dat de participatie van burgers niet serieus genomen wordt. Wat participatie? Ik denk dat de echte discussie moet gaan over de wil van de gemeentelijke organisatie om meer te doen met burgers in beleidparticipatie en burgerinitiatieven, tegenover de politieke wereld van coalitieakkoord, partij agenda's en beinvloeding door diverse belangenorganisaties. En dat gesprek moet nog gevoerd worden.