donderdag 3 oktober 2013

Film kijken in de kantine en andere creatieve omwegen

Hoe gebruik je de lege kantine van de schaatsclub in Lochem als filmhuis? Gewoon, door er fitness apparaten neer te zetten en heel veel stoelen in de wachtruimte. Ondertussen draaien we films want een beetje fitness studio is vergeven van flatscreens en projectschermen. 


Creatief schaatsen
Zo denkt Willem Stortelder tegemoet te komen aan de bestemming Sport en Recreatie die nu op het terrein en gebouw zit. Creatief, anders denken en doen, spelen met wet- en regelgeving, het zijn de manieren om met de formele juridische wereld van de overheid om te gaan als initiatiefnemer.

Uit ons onderzoek naar burgerinitiatieven en aansprakelijkheid, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, blijkt dat niet aansprakelijkheid zelf maar de wolk van juridische regels waar de gemeente mee aan komt belemmerend zijn voor initiatiefnemers. Zoals bij Willem Stortelder die een list moest bedenken omdat het bestemmingsplan zijn burgerinitiatief in de weg stond, ook als het om een tijdelijke functie gaat (vanwege zogeheten planologisch relevant gebruik).

Schuurtje Lachende Paard
Of zoals bij het Lachende Paard in Utrecht, een prachtig burgerinitiatief dat al sinds 2005 draait en uiteindelijk aan het juridisch geregel moest geloven om geen onverantwoorde risico's te lopen, voor henzelf, voor de dieren en voor de vele bezoekers. Natuurlijk eerst met een bordje Betreden op Eigen Risico, maar daarna met afspraken, huisregels en verzekeringen. De initiatiefnemer had er weinig zin in, omdat al dat geregel alleen maar tijd kost en hem afhoudt van zijn eigenlijke werk - de bijzondere ontmoetingsplek in de lucht houden.


Afspraken maken met elkaar als je aan de slag gaat met je initiatief is belangrijk. In Nieuw Amsterdam #1 (Pakhuis de Zwijger, september 2013) schrijft Joachim Meerkerk over Moes32, de tijdelijke groentetuin in IJburg. De betrokken ambtenaar suggereerde om zo min mogelijk mee te gaan in het juridisch geregel maar zelf onderling afspraken te maken en elkaar daaraan te houden. Joachim Meerkerk constateert dat er op Moes32 een heuse aanspreekcultuur is ontstaan, die voorkomt dat zaken misgaan. Geen contracten, geen vergunningen, de gemeente gedoogt het tijdelijke initiatief dat op grond van een projectontwikkelaar plaats vindt (die het natuurlijk wel goed vindt).

Toch een heel andere houding dan die van de gemeente Utrecht, waar de bewoners van de buurtmoestuin in Terwijde, Leidscherijn worden verplicht om een stichting of vereniging te worden om vervolgens de ingewikkelde bruikleenovereenkomst aan te gaan. En dat vinden zij helemaal niet nodig, zij willen graag tomaten en groente kweken op dat stukje braakliggend grond. Er wordt de komende jaren toch niet gebouwd, dus waarom zo moeilijk doen, met contracten en statuten en zo.

Buurtmoestuin Terwijde in het zonnetje
Creatief met de wereld van wetten en regels omgaan betekent ook die juridische zaken anders benaderen. Het helpt dan om je te laten inspireren door kunst en kunstenaars. Neem bijvoorbeeld de situatie rondom speeltoestellen. Niet alleen is de gemeente risico-aansprakelijk bij schade omdat die meestal de grondeigenaar is en de toestellen "aard- en nagelvast" zitten, ook heerst hier de beruchte WAS, soms attractiebesluit genoemd, die door de gemeente uitgevoerd en gehandhaafd moet worden. Tenzij het plotsklaps niet om een speeltoestel gaat, maar om een kunstwerk. Nu zijn er diverse kunstwerken waar je op of om kan spelen, zoals het kunstwerk De Merel en de Bijeneter, Enschede, dat ik in een eerdere blog noemde, en het Feestaardvarken dat Burger's Zoo geschonken heeft aan de gemeente Arnhem. Maarten Bosman schrijft er over in zijn blog met aandacht voor juridische en technische vraagstukken.

Feestaardvarken languit op zijn rug
Toen ik nog in Enschede werkte als stadsdeelmanager bedachten we de wipkippenren, de plek waar alle afgeschreven wipkip speeltoestellen heen gebracht worden en die daarna als kunstwerk verder gebruikt worden. Bouw je wipkip om tot kunstwerk, dat was ons idee toen. En eigenlijk vind ik dat nog steeds. Je kunt accepteren dat er zoiets als speeltoestellen zijn en dat die moeten voldoen aan de wet- en regelgeving, alles voor de veiligheid van de kinderen ten slotte. Maar je kunt ook de speeltoestellen "kraken" en verbouwen tot kunstwerken, zodat spelen, cultuur en recreatie samen gaan. Doe het samen met wat kunstenaars en doe het tijdelijk. Maak er een landelijk evenement van, dat in iedere buurt plaats vindt.

Oh nee, wacht even, dan heb je een vergunning nodig met voorschriften die ook nog geld kost. En er kan bezwaar gemaakt tegen worden door andere burgers. Beter is: Maak er een nationale betoging waar in iedere gemeente mensen aan mee doen. Slogan: "Wij eisen het recht op creatief spelen en daarom verbouwen we de speeltoestellen!" Hoef je alleen te melden, geen vergunning nodig, kost geen geld en kan geen bezwaar tegen gemaakt worden. Je moet wel blijven lopen want een betoging gaat van A naar B....

Verbodsbord tijdens de Week van de Openbare Ruimte 2013



dinsdag 21 mei 2013

Spelen, natuurlijk - tussen toestel en eigen initiatief

Ieder kind heeft recht op een blauwe plek, zo horen we regelmatig. Spelen is risico nemen, en daar leren kinderen van. Maar het valt op dat rond spelen, risico's en aansprakelijkheid het vooral gemeenten zijn die zich geen builen laten vallen.  
Bungee trampoline RivahFest , Tappahannock Virginia June 2013 
Tijdens de afgelopen Week van de Openbare Ruimte hebben Maarten Bosman en ik de workshop over spontaan spelen gehouden. Aanleiding is het lopende onderzoek over burgerinitiatieven en aansprakelijk dat wij uitvoeren in opdracht van het Ministerie van BZK. 

Speelplek en kleurige toestellen in Venray
Attractiebesluit en Aansprakelijkheid
Spontaan spelen is compleet logisch vanuit het oogpunt van kinderen (en hun ouders) maar absoluut onlogisch vanuit het perspectief van de overheid. De crux zit hem in wet- en regelgeving rond speeltoestellen en ondergrond, over veiligheid, materialen en aansprakelijkheid. Het zogenaamde Attractiebesluit is bedoeld om voorwaarden en eisen te stellen aan speeltoestellen in de (publiekelijk toegankelijke) openbare ruimte om zo kinderen en gebruikers te behoeden voor onnodige risico's op ongelukken en letsels. Burgers weten zo waar zij aan toe zijn als hun kinderen spelen op en rond deze speelplekken. Mocht er toch iets mis gaan, dan dient de gemeente duidelijk te maken dat zij goed gekeken heeft naar ontwerp en inrichting van speelplek en speeltoestellen, en van de staat van onderhoud en beheer. 

Speeloefentoestel De Posten Enschede
Zodoende werken gemeenten preventief - door vooraf zo optimaal mogelijk te voldoen aan geldende regels voor speeltoestellen verminderen zij de kans op ongelukken en daarmee - als juridisch eigenaar van de openbare ruimte - het risico dat burgers hen aansprakelijk stellen en een schadeclaim indienen bij letsel en schade. Dat geldt overigens voor alle juridisch eigenaren, het speeloefentoestel dat zorginstelling De Posten Enschede op eigen grond liet plaatsen als fysieke aanjaagplek voor meer bewegen van oudere mensen voldoet ook aan alle bekende regels over toestellen en ondergrond. Het is publiek toegankelijk.


Gedeelte van kunstwerk Merel en Bijeneter, Enschede, Saske van Eerden
De arm van het Attractiebesluit reikt ver, zowel juridisch bezien als in de interpretatie ervan door gemeenten. Een beetje kunstwerk waar op of mee gespeeld kan worden moet al op zijn tellen passen. Hiernaast een afbeelding van kinderen die op het kunstwerk de Merel en de Bijeneter spelen in Enschede. Een ander voorbeeld is de Gemeente Amersfoort die nu een aantal jaar heeft kunnen oefenen met het Skelet, een tijdelijk kunstwerk van stammen, bouten en moeren, dat in elkaar gezet een prachtig klimobject is. De samenwerking tussen bewoners, kunstenaar en ambtenaren heeft ervoor gezorgd dat er geen onnodige veiligheidsrisico's zijn ontstaan. 


Super speelspoor Maarssenbroek
Om zichzelf wat ruimte te geven verkennen gemeenten en instellingen momenteel de grenzen van de speelaanleidingen en het natuurlijk spelen. Want kinderen kunnen natuurlijk prima uit de voeten met een hoop zand, wat boomstammen en rotsblokken, vinden we. De tijd dat op iedere straathoek een wipkip geplaatst moet worden lijkt echt voorbij te zijn. Maar goed, dat natuurlijk spelen vraagt ook ruimte, en niet iedere stad of dorp heeft dat beschikbaar. 


Urban Playing Revisited
Tijdens onze workshop over spontaan spelen hebben we het balspelletje stoepranden aangehaald, als voorbeeld van hoe wij vroeger zelf gespeeld hebben. Stoepranden is spontaan spelen, je hebt een weg met twee stoepranden nodig en een bal. Het liefst geen geparkeerde auto's en niet te veel wegverkeer, want de bal gaat wel van de ene kant van de weg naar de andere. Als stoepranden nu zou zijn bedacht zou het Urban Playing heten. Onze wens tot veiliger spelen heeft echter ook al geleid tot aparte betonnen balkconstructies met lichtjes die op schoolpleinen en speelplekken geplaatst worden. 


Een andere vorm van spontaan spelen is niet bedacht door kinderen maar door hun ouders. Steeds vaker plaatsen zij particuliere speelobjecten in de openbare ruimte, van plastic glijbaantjes en speelhuisjes tot mini-trampolines en bij de bouwmarkten gekochte schommels. Voor gemeenten zijn deze particuliere objecten - in feite kleinschalige burgerinitiatieven - een groot probleem, want zij voldoen zelden aan de geldende wetten en regels rond veiligheid en spelen, maar staan wel in de publieke ruimte. Hoe gaan we hier mee om? 


Regulier speeltoestel Enschede
De standaard benadering is dat de speelobjecten illegaal verklaard worden en dat zij verwijderd worden. Gemeente Almere, die recent is aangesloten bij het BZK-onderzoek, probeert het anders te doen. Terwijl het bestaande gemeentelijk beleid rondom spelen en speeltoestellen wordt vastgehouden, is Almere van plan de particuliere speelobjecten te gaan gedogen, ofwel: bewust afzien van het naleven van wet- en regelgeving. Dat vraagt wel een grotere mate van verantwoordelijkheid van de burgers zelf, als eigenaren van de speelobjecten en als ouders. 

Particuliere speelobjecten
Voor Almere is het een zoektocht naar een nieuwe verhouding tussen de overheid en burgers, binnen wat de participatiesamenleving genoemd wordt. Het betekent bijvoorbeeld niet dat de gemeentelijke handhavers werkloos gaan toezien, ook zij mogen de ouders bijstaan met advies hoe de veiligheid rondom hun eigen speeltoestellen vergroot kan worden. Een schommel boven stoeptegels is misschien onhandig. Een speelhuisje onderaan een gemeentelijke glijbaan ook. En soms is een stellage te gevaarlijk en wordt gevraagd om het toch maar weg te halen. 

Speelplek Amsterdam
Klankbordgroep Particulier Speelinitiatieven
Het experiment Particulier Speeltoestel gaat als het aan Almere ligt vier jaar duren. Maar al rond de zomer kunnen we kennis nemen van de eerste ervaringen en inzichten. Om het experiment te ondersteunen wordt er een aparte klankbordgroep Particulier Speelinitiatieven opgericht, waarvoor wij graag experts op het gebied van spelen binnen en buiten de gemeente voor uitnodigen om aan deel te nemen. Mocht je interesse hebben om deel te nemen of om op de hoogte gehouden te worden van de verder ontwikkelingen, stuur dan een email naar mark.verhijde@gmail.com of m.bosman@ruimtelijkplan.nl of neem even telefonisch contact op: Mark Verhijde, projectleider BZK onderzoek Burgerinitiatieven en Aansprakelijkheid, telefoonnummer 06-52653005

dinsdag 12 maart 2013

Overheidsparticipatie en de wisseltrofee 't Wesseltje

Op 7 maart kwam het netwerk CROW/Levende Stad in Nieuwerkerk a/d IJssel bij elkaar op het onderwerp Van Burgerparticipatie naar Overheidsparticipatie.

Vreemd woord eigenlijk, overheidsparticipatie. We zijn zo gewend geraakt aan meedoen met de overheid, dat het even moeite kost om je voor te stellen dat hier bedoeld wordt meedoen door de overheid. En gemakshalve maken veel mensen die ik die dag spreek daar maar meteen burgerinitiatieven van. Oh ja, en willen we dat eigenlijk wel?

Lijkt een logische vraag, want hoezo moet er zoiets zijn als overheidsparticipatie? In de discussiegroep waar ik aan deel nam, vond men dat initiatieven en acties van de samenleving er gewoon zijn en daar heb je dus mee om te gaan als gemeente. Maar soms ook helemaal niet. Eigenlijk ziet het er zo uit:

Simpel figuur - Overheid en burgerinitiatieven
a. Leuke dingen en andere acties van mensen zoals jij en ik - dat kan natuurlijk van alles zijn, van het bouwen van een school in Sri Lanka tot een schoonmaken van het plantsoen voor de deur. Die leuke dingen zijn soms prive, soms spelen ze af in het publiek domein en doe je het samen met anderen (collectief)

b. Zaken van de gemeente. Want er zijn typisch onderwerpen waar de gemeente verantwoordelijk voor is, door wet- en regelgeving of eigen beleid.

c. Burgerinitiatieven (alleen als je met de gemeente te maken hebt), en dan gaat het vooral om activiteiten en werkzaamheden in het publieke domein en met een collectief karakter. En de gemeente kan ook met jouw initiatief te maken hebben, bijvoorbeeld als er geklaagd wordt door andere burgers of omdat het niet veilig (genoeg) is.

d. Participatie van de overheid. Dat is het geheel van mensen, middelen, communicatie, houding, competenties, vaardigheden maar ook toezicht en handhaving of contracten en subsidies. Zoals het hoort met participatie is meedoen ook echt meedoen - we hebben niks aan een overheid die alleen maar Nee verkoopt of vindt dat het niet voor hun voordeur moet gebeuren, dat burgerinitiatief.

Hoe overheidsparticipatie uitlokken?
Een andere zeer relevant vraag tijdens de CROW/Levende Stad bijeenkomst was hoe we nu overheidsparticipatie kunnen uitlokken? Want, zo wordt gezegd, niet in iedere wijk of buurt zijn er burgerinitiatieven. Wat moet de gemeente doen? De deelnemers vonden dat het dan om de juiste voedingsbodem maken gaat, waar die mooie keur van activiteiten uit de samenleving tot bloei kan komen. Dus als ambtenaar met de voeten in de klei staan, opsnuiven en goed luisteren en daarna je collega's overtuigen en meenemen.

Hoe de overheid tot participatie uitlokken?
Misschien kun je overheidsparticipatie uitlokken ook lezen als: wat moeten wij, de mensen, doen om de overheid tot participatie te verleiden? Waar wordt de gemeente blij van? Hoe houden we haar betrokken en actief? Hoe sturen we de gemeente zo, dat zij voor onze burgerinitiatieven gaan lopen? Bijvoorbeeld door vertrouwen te geven: wij, de burgers, gaan alles regelen; laat het maar aan ons over. Een ander noemde het belang om met onze activiteiten zichtbaar aan te sluiten bij de ambities en visies van de politiek. Of als initiatiefnemers een goede communicatiestrategie op te zetten, met als kenmerk dat "onze" gemeente landelijk positief in het nieuws komt. De algemene lijn was dat wij als mensen veel meer kunnen betekenen voor de gemeente dan we nu doen en dat is een hoopvolle boodschap.

Het Wesseltje
In de Enschedese wijk Wesselerbrink is de wijkraad een aantal jaar geleden gestart met de jaarlijkse uitreiking van "Het Wesseltje", de prijs van de meest waardevolle professional van het jaar. Een van de winnaars was Andre Le Loux, oud-wethouder van de gemeente. De uitreiking van de ambachtelijk gemaakte wisseltrofee ontroerde hem; waardering van de bewoners voor je werk als professional is ten slotte niet in woorden uit te drukken, of je nu werkt in het groen, als opbouwwerker of als wethouder. Het is de echte voedingsbodem voor overheidsparticipatie.
NB. De tegeljeswijsheid is de lijfspreuk van Le Loux. Die mocht niet ontbreken in deze blog.