donderdag 27 maart 2014

KENNISLAB VOOR URBANISME – DE HOVEN ZUTPHEN

2014-03-25 09.28.10

Zutphen, 25 maart 2014. Vandaag start de korte opdracht van het Kennislab voor Urbanisme over de wijk De Hoven. De twee studenten Karst Rauhé (RO en Planologie) en Sanne van der Drift (Sociologie) gaan gedurende twee maanden veldwerk doen in de Hoven. 
Als echte onderzoekers / journalisten / toeristen gaan zij proberen te achterhalen wat de wijk en haar bewoners nu zo bijzonder maakt. Want bijzonder, dat is het wel, zo aan de andere kant van de rivier. Dat is ook het centrale uitgangspunt van de gemeente Zutphen: De Hoven lijkt echt anders dan andere wijken die zij herbergen. Deels ligt dat aan de geschiedenis, deels aan de ligging en functie, maar ook (en vooral denken wij) aan de bewoners en ondernemers.
Karst en Sanne gaan dat anders zijn, dat unieke, proberen te vangen. Dat doen zij door verhalen op te halen van bewoners, gebruikers en bezoekers. Door kenmerkende en alledaagse plekken te ontdekken en vast te leggen in beelden. Dwalen door de straten van De Hoven, toevallige ontmoetingen, pareltjes en problemen, zij gaan het allemaal mee maken.
2014-03-25 13.29.56Het resultaat van de korte opdracht De Hoven Zutphen is drieledig. Er wordt een poster opgeleverd die een combinatie van een landkaart en een sociale kaart is. Met daarop de schatten van de wijk, zodat de bewoners zelf maar ook de toevallige bezoekers kunnen ontdekken hoe bijzonder De Hoven eigenlijk is. Sanne en Karst geven een presentatie van hun bevindingen, want als lerende onderzoekers moeten zij ook laten zien dat zij kunnen presenteren. En de opgehaalde informatie en data wordt digitaal gebundeld en overgedragen.
De komende weken zijn zij druk bezig met alle voorbereidingen voor het veldwerk. Natuurlijk worden ze overstelpt met beleidsstukken, al opgehaalde informatie en eerdere activiteiten en projecten. Toch is het de kunst om een gezonde afwisseling te vinden tussen letters en cijfers en mensen en straten. Sanne werd bijvoorbeeld verrast door de bonte kozijnen en kleuren rond het museum Boer Kip. Prachtig, die verwondering en verbazing, dat is de bedoeling van deze opdracht van het Kennislab Kort.
2014-03-25 13.13.39Mijn taak is hen te begeleiden, zodat zij over twee maanden met een goed product komen. Dat doe ik met hart en handen aan de stad. Mocht je interesse hebben in de voortgang van deze korte opdracht in de wijk De Hoven in Zutphen, reageer gewoon naar mij op mark.verhijde@gmail.com of bel mij: 06-52653005. Ook natuurlijk als je de twee studenten kunt helpen met informatie en verhalen!
Boeit zo’n korte opdracht jou en heb je wel belangstelling om zelf een korte opdracht uit te zetten bij het Kennislab voor Urbanisme? Neem dan contact op met Jan-Willem Wesselink. Zijn email is J.Wesselink@elbamedia.nl en het telefoonnummer 033-8700 100.

maandag 24 maart 2014

ZELF DOEN! BURGERPARTICIPATIE IN DE WEEK VAN DE OPENBARE RUIMTE

wor_groen_dv052_420x280Maandag 7 april 2014 begint in Kasteel De Vanenburg, Putten de Week van de Openbare Ruimte. Bedrijfsleven en gemeenten ontmoeten elkaar gedurende vijf dagen om kennis op te doen en inspiratie te putten als het gaat om de openbare ruimte.
De Week is ingedeeld in vijf themadagen, rond infra & ondergrond, groen, licht en verlichting, ontwerp & inrichting en sport & spel. Maar Maarten Bosman en ik organiseren er iedere dag de debatsessies over burgerparticipatie.
Burgerparticipatie? Hoezo burgerparticipatie op de Week van de Openbare Ruimte? Dat gaat toch vooral over beheer, ontwerp en inrichting, maar toch niet over burgers? Onzin, vinden wij. Die openbare ruimte is allang niet meer alleen van gemeenten, adviesbureau’s en aannemers. Tegenwoordig zijn het bewoners, gebruikers en bezoekers, die zelf aan de slag zijn met hun groenproject of hun tijdelijke moestuin. Tijd daarom voor een frisse wind in Putten.
2014-03-22 13.32.02Voorbeelden. Op iedere themadag houden we drie debatsessies over burgerparticipatie, naast de vele werksessies die je als bezoeker kunt meemaken. Zo komt op maandag 7 april het zelfsturingsplan Groot Merselo in Venray aan de orde, met als centrale vraag: kunnen bewoners ook in de uitvoering van een herstructurering van een straat meewerken? Op vrijdag 11 april staan de speeltuinverenigingen in Geldermalsencentraal, want hoe doen die bewoners dat beheer en wat zien we na tien jaar zelfwerkzaamheid? Ook het voorbeeld van het Buurtbeheerbedrijf Sluisdijk in Den Helder en de Unieke Brink in de wijk Wesselerbrink, Enschede komen langs. Theo van Wijk vertelt over het burgerinitiatief de Schatkamer Domplein in Utrecht en Peter Post over de pilot Particulier Speeltoestel in Almere.
Een echt debat. Alleen wat voorbeelden laten zien is niet genoeg, halverwege de werksessie is het de beurt aan de zaal. Naast vragen en opmerkingen worden de discussies gevoerd aan de hand van stellingen, die de vinger op de zere plek leggen. Want zeg nu zelf: met zo’n buurtbeheerbedrijf binnen de gemeentegrenzen ben je toch spekkoper? Of niet? Aan de hand van dit soort stellingen laten we de deelnemers, de aanwezige exposanten en de aanwezige burgers stevig met elkaar in discussie gaan.
aardvarkenVan statement naar agenda. Uit de debatsessies komen diverse statements. Maarten Bosman en ik maken daar een agenda voor 2014 van. Want praten over burgerparticipatie is leuk, maar er moet ook iets gedaan worden.
Meedoen? Inschrijven voor de Week van de Openbare Ruimte en deelnemen aan de debatsessies over burgerparticipatie gaat via de website. Acquire Publishing en ExpoProof, de organisatoren van de Week van de Openbare Ruimte, bieden een korting van € 50,- op de inschrijving voor één of meerdere themadagen. Dat betekent dat je niet € 245,- betaalt maar € 195,-. Wil je gebruik maken van deze korting? Stuur dan een email  aan Acquire Publishing. Ik hoop dat je meedoet in Putten in april.

vrijdag 21 maart 2014

ZELFBEHEER LEIDT TOT SEGREGATIE

Foto opening laatste nieuw geplaatste speeltoestelDe Participatiesamenleving komt eraan en burgerinitiatieven kun je zien als belangrijke dragers ervan. Maar kunnen bewoners dat ook allemaal aan? Gaan burgerinitiatieven in achterstandwijken er niet heel anders uitzien dan die in de wijken met veel sociaal-economische kracht?
Het voorbeeld rond de speeltuinverenigingen in Geldermalsen, waar bewoners het beheer en onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte doen, laat de verschillen in kwaliteit van speeltoestellen en speelplekken na tien jaar zelfbeheer zien. De oorzaak van die verschillen ligt in het vermogen van bewoners om zelf geld te regelen voor vervanging en nieuwe toestellen in hun speeltuin.
Al in 2003 besloot de gemeenteraad daar om het beheer en onderhoud van de speeltoestellen over te dragen aan de diverse bewonersgroepen in de wijken en dorpen. Concreet gaat het dan om de beheerbudgetten, niet om het geld dat nodig is voor de vervanging van de toestellen. De bewonersgroepen zijn toen omgevormd tot elf speeltuinverenigingen. Zij hebben als belangrijkste taak het in stand houden van veilige speelplekken en toestellen voor hun kinderen. Bijzonder is dat het gaat om openbaar toegankelijke speelplekken, zoals je ook in andere gemeenten vindt. Alleen in Geldermalsen wordt het werk gedaan door bewoners. 
Geldermalsen spelen bMaarten Bosman en ik spraken met Rogier Mulder, de voorzitter van de vereniging ‘t Speelbergje in Meteren, Geldermalsen. Hij legt uit dat de vrijwilligers van de speeltuinverenigingen een wekelijkse visuele controle houden van hun toestellen; maandelijks is er een functionele (technische) inspectie. Jaarlijks wordt samen met een door de gemeente ingehuurd bedrijf een grote inspectie gehouden. Alle speeltuinverenigingen hebben een contract met de gemeente en krijgen een jaarlijks budget voor organisatie- en reparatiekosten. Het bestuur in Meteren bestaat uit acht mensen en een flinke groep vrijwilligers.
Omdat er geen vervangingsgeld voor de toestellen is, wordt een groot beroep gedaan op de creativiteit en het ondernemerschap van de vrijwilligersorganisaties om op termijn speeltoestellen en speelplekkentuinen te kunnen vernieuwen. Oftewel, extra inkomsten vinden door subsidies en sponsoren. Voor de speeltuinverenigingen zelf betekent het dat zij sinds 2003 naarstig op zoek naar aanvullende financiële middelen, in de vorm van subsidies zoals Oranjefonds maar vooral naar manieren om sponsoren en schenkingen aan te trekken.
Geldermalsen spelen aIedere speeltuinvereniging doet dat op zijn eigen manier. Speeltuin Meteren richt zich vooral op het lokale bedrijfsleven en organiseert activiteiten om geld op te halen bij omwonenden. De speeltuinvereniging in het Middengebied van Geldermalsen, die net een groot speelterrein heeft aangelegd met nieuwe toestellen, werkt nauw samen met het lokale bedrijfsleven.
Maar er wordt ook creatief gedacht en gewerkt. Naar analogie van de bomenbank die door de ondernemer Van der Berk is opgezet voor tijdelijke bomen op het Koningsplein Tilburg denkt Rogier Mulder dat een Toestellenbank kan bijdragen aan het vernieuwen van de diverse eigen speeltuinen.
Het idee is om samen met een groot aantal andere speeltuinen een verzamelbank te maken voor het onderling uitwisselen van speeltoestellen. Op zo’n manier kunnen de speeltuinen vernieuwd worden zonder meteen nieuwe speeltoestellen te hoeven aan te schaffen. Daarvoor is het wel nodig dat de elf speeltuinverenigingen in Geldermalsen meer contact met elkaar hebben en beter gaan samenwerken. Uitwisseling van kennis en ervaringen en leren van elkaar zou de diverse activiteiten van de speeltuinen versterken.
Tegelijkertijd constateert Rogier Mulder dat dergelijke verschillen in de (financiële) mogelijkheden van de speeltuinverenigingen ook een soort segregatie tussen de wijken en kernen van Geldermalsen betekent. Niet alleen het aantal speeltoestellen per gebied kan verschillen, ook de kwaliteit en de mogelijkheden per toestel, want dat is nu afhankelijk van de vraag hoeveel geld de bewoners kunnen regelen of opbrengen. Het is in Geldermalsen niet meer zo dat ieder kind dezelfde speelmogelijkheden heeft.
Geldermalsen spelen gHet voorbeeld van de speeltuinen in Geldermalsen is bijzonder, omdat het een extra dimensie toevoegt aan de vraag in hoeverre maatschappelijke initiatieven en activiteiten voor meer mogelijkheden voor burgers zorgen. Worden er geen mensen buitengesloten? Kunnen alle burgers meedoen? In Geldermalsen kan dat wat betreft de werkzaamheden – het in stand houden van de speelplekken en -toestellen, wat nu al door wijkbewoners gedaan wordt. De verschillen in speelplekken en speeltoestellen ontstaan omdat men nu zelf moet zorgen voor de investeringen voor vervanging en vernieuwing. In de wijken en kernen waar dat vermogen om zelf die investering te kunnen regelen ontbreekt groeien kinderen op met minder speeltoestellen en kwalitatief mindere speelmogelijkheden. Dat noemen we segregatie als het om wonen gaat, maar sinds Geldermalsen dus ook als het om spelen gaat.
In Buitenspelen 2014-1 verschijnt een uitgebreid artikel over de speeltuinverenigingen in Geldermalsen Ook tijdens de Week van de Openbare Ruimte (7 t/m 11 april te Putten) wordt op vrijdag 11 april tijdens de Participatiekamer het debat gevoerd over de voor- en nadelen van zelfbeheer van speeltoestellen, met als voorbeeld de situatie in Geldermalsen.

TRAINING BURGERINITIATIEVEN EN AANSPRAKELIJKHEID

CIMG2353De Participatiemaatschappij komt eraan en hoe gaan we nu om met de bottom-up initiatieven in onze gemeente? Wat doen we met risico’s en aansprakelijkheid, als we ruimte aan burgers geven? Gaan we loslaten of dichttimmeren, of wordt het juist jongleren?
Aanleiding. Op basis van het BZK-onderzoek Burgerinitiatieven en Aansprakelijkheid (2013) en het nieuwe boek “Regel die Burgerinitiatieven” (Acquire Publishing, maart 2014) organiseert Platform 31 in samenwerking met de docenten Maarten Bosman, Kees van Alphen en Mark Verhijde de training Maatschappelijke initiatieven en Aansprakelijkheid. . Informatie over de training en aanmelden kan via deze link.
Datum: De training wordt gegeven op 8 mei 2014 in Den Haag.
CIMG0269Praktisch. De training helpt op een praktische manier deelnemers om de risico’s bij bewonersinitiatieven te beoordelen en inzicht te verkrijgen in passende samenwerkingsvormen en mogelijke juridische afspraken, publiekrechtelijk en privaatrechtelijk. Tijdens de training zal theorie veelvuldig worden geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Tegelijkertijd is er voor deelnemers volop ruimte om casussen uit de eigen praktijk in te brengen.
Doelgroep. Platform 31 en de docenten hebben de training speciaal ontwikkeld voor medewerkers van gemeenten en woningcorporaties die in de dagelijkse praktijk te maken krijgen met bewonersinitiatieven, en beleidsadviseurs die zich met deze materie bezig houden.
IMAG1359Docenten. Maarten Bosman (M. Bosman BV) is planoloog en adviseur stedelijke ontwikkeling. Zijn werkzaamheden betreffen diverse aspecten rond bestemmingsplannen, structuurvisies en gebiedsontwikkelingen, met een groot enthousiasme voor bottom-up initiatieven en de nieuwe positie van gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars daarbij. Kees van Alphen (Van Alphen Advies) is jurist en adviseur. Zeer ervaren en deskundig bestuursrechtjurist voor overheden, in het bijzonder gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en provincies. Mark Verhijde (Mark Verhijde – Interim programmamanager en adviseur stedelijke ontwikkeling) werkt met hart en handen aan de stad. Burgerparticipatie, bottom-up initiatieven, gebiedsgericht werken, sociale innovatie en creatieve economie zijn terugkerende thema’s in zijn werk.